‘Eén kaart voor tram, trein, bus en metro’, luidt de slogan voor de OVchipkaart. Uit een inventarisatie blijkt dat het systeem in de praktijk slechts in een miniem aantal trams, bussen en treinen aanwezig is.
Vol enthousiasme gaf minister Peijs van Verkeer en Waterstaat op 1 februari het startsein voor een grote reclamecampagne die Nederland vertrouwd moet maken met het nieuwe betaalmiddel voor het openbaar vervoer. ‘Weg met al die losse kaartjes. Een hartelijk welkom voor de OVchipkaart’, zo luidde haar devies. De chipkaart moet vanaf 1 januari 2009 papieren treinkaartjes, abonnementen en strippenkaarten vervangen.
Uit een inventarisatie van deze krant blijkt dat in slechts twee procent van de Nederlandse bussen reizen met de OV-chipkaart mogelijk is. Als u de kaart in de bus wilt testen, dient u hiervoor af te reizen naar de bussen van Connexxion in de Hoeksche Waard. Op het traject Voorne- Putten, inclusief Ridderkerk en Barendrecht rijden vooralsnog de enige bussen in Nederland met het systeem. ‘In totaal zijn er 160 bussen uitgerust met de OV-chipkaart’, vertelt woordvoerder Herman Opmeer van Connexxion. In Nederland rijden in totaal ruim zevenduizend bussen, de rekensom leert dat in slechts twee procent van de bussen geen strippenkaart meer nodig is.
Ook in de trein zijn nog nauwelijks OV-chipkaarten gesignaleerd. Alleen op het traject van de NS tussen Rotterdam Centraal en Hoek van Holland is het mogelijk om de chipkaart te gebruiken. De Nederlandse Spoorwegen verdienen op dit traject naar schatting één procent van de totale omzet.
De Nederlandse tram spant de kroon. Volgens de website www.ovchipkaart. nl valt er nog in geen enkele tram gebruik te maken van het nieuwe elektronische betaalmiddel. Woordvoerders van de Rotterdamse vervoerder RET, het Haagse HTM en Connexxion verklaren dat de chipkaart nog niet in gebruik is in de tram en de bus. In de praktijk is de chipkaart dus alleen breed ingevoerd in de metro. Eind 2005 is de OV-chipkaart geïntroduceerd in de Rotterdamse metro en sinds de zomer van 2006 in de Amsterdamse metro.
Is het niet wat vroeg om de Nederlandse burger ‘grootschalig te informeren’ over de komst van de kaart als slechts nul tot twee procent van de treinen, trams en bussen er gebruik van maakt? ‘In de loop van 2007 wordt het wél actueel om met name in de Randstad de chipkaart te gaan gebruiken, je bereidt de mensen voor’, verklaart een woordvoerder van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. ‘Als je de chipkaart in 2007 wilt uitrollen, moet je mensen ervan op de hoogte stellen.’ De woordvoerder van het ministerie zegt geen overzicht te hebben van de kosten van de reclamecampagne via radio, tv (via Postbus 51), advertenties in kranten en tijdschriften, internetadvertenties, folders en de website.
Hoewel de eerste studie naar de OV-chipkaart laat zien dat de kaart ingevoerd zou worden tussen 2004 en 2007, houdt het ministerie van Verkeer en Waterstaat vol dat het project niet vertraagd is. ‘Met deze inspanning moet het lukken om heel Nederland per 1 januari 2009 over te schakelen op de chipkaart. Daarvoor ben je nu op de goede weg.’ Volgens het rapport ‘De maatschappelijke kosten en baten van de invoering van de OV-chipkaart’, dat Peijs november 2003 naar de Kamer heeft gestuurd, kost het tegelijkertijd in de lucht houden van beide kaarten naar schatting vijftig miljoen euro per jaar. Deze kosten worden betaald door de consument, OV-bedrijven, het rijk en decentrale overheden.