Interview Wubbo Ockels: ‘Ik heb veel zaadjes geplant’

14 december 2007

Oud-astronaut Wubbo Ockels praatover zijn Superbus, nóg harder werken na een hartaanval en zijn nieuwste revolutionaire plan: een extra Afsluitdijk.

‘Zullen we anders even gaan zitten?’ Wubbo Ockels voelt zich zichtbaar op zijn gemak na afloop van de review van de door hem ontwikkelde Superbus. De oud-astronaut, tegenwoordig hoogleraar Duurzame Energie aan de Technische Universiteit Delft, vertelt vol trots over de Superbus, een kruising tussen een raceauto en een touringcar. ‘De kritiek is ingehaald door de werkelijkheid’, betoogt hij. ‘De eerste testritten kunnen we misschien in mei al doen tussen Leeuwarden en Heerenveen. Als er een aparte baan ligt, kan de bus de afstand Schiphol-Groningen in 84 minuten afleggen tegen de prijs van een treinkaartje.’

Achter in de garage liggen de onderdelen al te wachten op montage. Een machine ratelt voor de zwarte vloer van lichtgewicht koolstofvezel, bekend van de vliegtuigindustrie. Ook de elektromotoren staan al klaar. ‘De basisprincipes zullen in 2008 werken. De bus kan dan in vijf minuten de topsnelheid van 350 kilometer per uur bereiken. Met de Nederlandse afstanden zal de bus op een aparte baan 250 kilometer per uur rijden.’

Het is de bedoeling dat de allereerste Superbus tijdens de Olympische Spelen in Peking de show gaat stelen. ‘Het zou echt een stunt zijn als prins Willem-Alexander daar in onze Hollandse trots zou stappen voor een ritje naar het Holland Heineken House. We hebben ook al in The Economist gestaan met onze bus of the future. Ik ben echt supertrots en ontroerd door de inzet van zoveel mensen. We werken hier met dertig man en vijftien nationaliteiten: Russisch, Libanees, Marokkaans, Italiaans, Turks. Mensen realiseren zich dat ze met iets heel bijzonders bezig zijn in ons Superbushuis.’

Naast de lovende woorden over het idee is er ook felle kritiek op het plan, dat gekscherend al de bijnamen ‘superlatievenbus’ en ‘batmobile’ krijgt. Niet alleen externe wetenschappers, ook collega’s van zijn eigen universiteit publiceerden kritische verhandelingen. Zo zou de inpassing van de Superbus in het bestaande wegennet onhaalbaar zijn. Collega-hoogleraren vonden zelfs dat de universiteit zich überhaupt niet met zijn prestigieuze plannen in moest laten.

‘Op het moment dat het bijna genantwerd dat ik niets kon laten zien, omdat het allemaal nog in de conceptuele fase was, kwam Antonia Terzi als een geschenk uit de hemel vallen.’ Deze 46-jarige Italiaanse dame was door het Formule 1-team van BMW Williams weggehaald bij Ferrari om daar hoofd aerodynamica te worden, maar had volgens Ockels ‘tabak van de enorme stress’ van de Formule 1-wereld. ‘Ik zag haar cv en ik vroeg: is dit allemaal echt waar? Binnen een kwartier hebben we haar contract getekend. Peijs, de oud-minister van Verkeer, was ook erg onder de indruk van haar, dat was ook de reden om ons zeven miljoen euro subsidie te geven.’ Is de komst van Terzi toeval? ‘Ik noem het georganiseerd geluk.’

Het was niet de enige meevaller voor de inmiddels 61-jarige Ockels. ‘Voor mij persoonlijk is het heel gek om nu in deze periode te zitten. Ik heb twee jaar geleden een hartaanval gehad. Ik slik nu medicijnen en heb geen klachten meer, maar het had afgelopen kunnen zijn. Ik heb heel veel zaadjes geplant. De laatste twee jaar is alles in een stroomversnelling gekomen. De Superbus komt eraan, de zonnewagen Nuna 4 won voor de vierde keer de World Solar Challange en ze noemen me al de Nederlandse Al Gore. In feite ga ik terug in de tijd, omdat alles wat ik verzonnen heb, werkelijkheid wordt. Bijna alles wat je bedenkt, kan ook. Het is tijd dat ik met iets nieuws aan de gang ga.’

Op het moment dat de oud-astronaut de woorden ‘iets nieuws’ uitspreekt, begint het bij hem alweer te borrelen. Vol enthousiasme loopt hij leeg over zijn nieuwste revolutionaire plan. ‘Ik ben met Rijkswaterstaat in gesprek over de vernieuwing van het gebied bij de Afsluitdijk: The Wall of Solar. Wist je dat de bouw van zonnepanelen net zo duur is als de bouw van een geluidsscherm? De hoeveelheid energie die de zonnepanelen op de Afsluitdijk kunnen opleveren is vergelijkbaar met de energie die de auto’s gebruiken om over de dijk heen te rijden. Ik ga voor een totaalconcept, er moet een extra dijk naast komen met een baan voor de Superbus. Tussen de twee dijken komt dan een valmeer dat we kunnen gebruiken voor het opwekken van energie.’

Het enthousiasme waarmee Ockels praat over The Wall of Solar werkt aanstekelijk. Maar moet de man die geregeld ‘s nachts om drie uur opstaat om ideeën uit te werken niet waken voor zijn gezondheid? ‘Dat vind ik niet belangrijk. Misschien zegt iemand straks: hij heeft zijn harde werken met de dood moeten bekopen. Maar ik wil me gewoon lekker voelen en ik denk niet dat ik dood ga van hard werken.’


Rijkswaterstaat buigt zich over de Afsluitdijk

14 december 2007

Komt er een extra dijk met zonnepanelen en woningen? Een baan voor de Superbus? Een meer om energie op te wekken? Of wordt het alles ineen? Rijkswaterstaat werkt aan de toekomst van de Afsluitdijk.

De dijk die sinds 1932 het IJsselmeer afsluit van de Waddenzee, voldoet niet meer aan de strenge veiligheidseisen. Staatssecretaris Huizinga van Verkeer en Waterstaat wil de broodnodige opknapbeurt gebruiken voor vernieuwing van het hele gebied rond de Afsluitdijk. Daarom nodigt de ChristenUnie-bewindsvrouw experts uit om te komen met revolutionaire ideeën.

De Afsluitdijk die tot nu toe enkel in gebruik is als waterkering en weg, kan in de toekomst meer functies krijgen. ‘Als toeristen nu bij de dijk gaan kijken, is er eigenlijk niets te zien’, vertelt projectleider Tom Golder van het Instituut SMO dat namens Rijkswaterstaat de toekomstverkenning begeleidt. ‘We kunnen bijvoorbeeld denken aan een museum over de historie van de Nederlandse waterkering, of een groot recreatiepark.’

Op 10 januari 2008 is de eerste bijeenkomst waar deskundigen hun plannen presenteren. Een van de deskundigen die op verzoek van Rijkswaterstaat werkt aan een toekomstplan voor de Afsluitdijk, is oud-astronaut Wubbo Ockels, tegenwoordig hoogleraar Duurzame Energie aan de TU Delft. In een interview met De Persvertelt Ockels over zijn plan. ‘Ik ga voor een totaalconcept. Er moet een extra dijk naast de Afsluitdijk komen met een baan voor de Superbus. Tussen de twee dijken komt dan een valmeer dat we kunnen gebruiken voor het opwekken van energie.’

Ockels wil naast woningen ook zonnepanelen over de hele lengte van de dijk – The Wall of Solar. De hoeveelheid energie die de zonnepanelen opleveren, is volgens hem vergelijkbaar met de energie die auto’s gebruiken om over de dijk heen te rijden. De oud-astronaut fantaseert zelfs al over het kweken van oesters en mosselen in het meer van drie bij dertig kilometer.

Bij het 75-jarig jubileum van het Zuiderzeewerk in 2006 constateerde oud-minister Peijs al dat de dijk toe is aan een grote opknapbeurt. Bij een extreme storm zou er water over de dijk kunnen slaan. Ook de spui- en schutsluizen zijn mogelijk niet sterk genoeg. Golder: ‘De Afsluitdijk is voor de hele wereld een historisch hoogtepunt in de strijd tegen het water, maar met de klimaatverandering, zeespiegelstijging en bodemdaling voldoet de dijk niet meer aan de eisen van vandaag.’


Genoeg blanke mannen met buikjes

13 december 2007

Blanke mannen met buikjes uit Vinex-wijken, daar heeft het Rijk er meer dan genoeg van. Minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken verleidt nu ‘mensen met een kleurtje’.

Het is tegen elf uur als negentig hoog opgeleide allochtonen zich melden bij Stadspaleis Het Spaansche Hof in het oude centrum van Den Haag. Alleen de entree van het pand aan het Westeinde is al imposant. Laat staan het originele achttiende-eeuwse interieur met statige fluwelen gordijnen, glimmende kroonluchters en gouden ornamenten. Mensen ‘met een biculturele achtergrond’ werden gisteren op het ‘Double Click Event’ in de watten gelegd. Doel: het personeel van het roomwitte Rijk diverser maken.

‘Ergens tussen afstuderen en starten raken we jullie kwijt’, betreurt plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken Philippe Raets (Belgisch). ‘De sleutel heb ik nog niet, want anders zaten we hier niet. Wat ik wel weet, is dat de Rijksoverheid het niet goed doet als er alleen maar blanke mannen met buikjes uit Vinex-wijken werken. Daar heb ik ook mensen met een bi-culturele achtergrond voor nodig. De poorten staan wijd open.’

‘U zegt wel: de poorten staan open, maar dat ervaar ik toch anders’, pareert Caroline Wlodarczyk (29, Poolse vader, Duitse moeder) zijn opmerking. ‘Ik heb een tijdelijk contract bij Buitenlandse Zaken. Daar willen ze me wel houden, maar er is een personeelsstop.’ Raets belooft zijn collega op het ministerie van Buitenlandse Zaken erop aan te spreken. Wlodarczyk heeft pech, want van alle dertien departementen zijn er twee niet vertegenwoordigd, waaronder Buitenlandse Zaken. Daar zijn voor minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken nog bakens te verzetten. Vandaag laat de PvdA-bewindsvrouw in elk geval niets aan het toeval over. Witte bolletjes met ham of kaas als lunch? Ho maar. Verse jus, thee in designkopjes, broodjes met gerookte zalm en garnalen en verse groente- en fruitsalades, warme wraps met kip.

Ondertussen voert Ter Horst ook intern de druk op tot ongekende hoogte. ‘Ik wil het aantal allochtonen bij het Rijk verdubbelen, vijftig mensen aanstellen op managementposities en de helft van de stageplaatsen met allochtonen bezetten. Je moet het doen, of je moet uitleggen waarom het niet is gelukt.’

Eigenlijk wil de bijna afgestudeerde Birgül Tiryaki (27, Turkse) helemaal niet in een hokje geplaatst worden. ‘Ik heb echt moeten wikken en wegen om hierheen te gaan. Ik wil geen special treatment, maar als het nodig is, dan moet het maar.’

Als er iemand is die ervaart dat het nodig is, is het Hayat (29, Marokkaanse). Ze heeft een master Educatie en Communicatie op zak, maar komt nergens aan de bak. ‘Ik kan prima sollicitatiebrieven schrijven en mijn cv ziet er werkelijk prachtig uit, maar als ik op gesprek kom, zien ze alleen een stukje textiel op mijn hoofd’, verwijst ze naar haar hoofddoek. Al drie maanden stuurt Hayat wekelijks drie tot vijf sollicitatiebrieven en elke zaterdag spit ze minimaal drie uur alle kranten door in de bibliotheek. ‘Ik ben hier om te ontdekken of ik geschikt ben om voor de overheid te werken.’

Öznur Taskin, recruiter diversiteit bij het Rijk, kan nog niet zeggen hoeveel stageplekken en startersfuncties op deze dag zijn vergeven.


Rijk telt slechts vier allochtone topambtenaren

10 december 2007

Slechts vier van de duizend hoogste rijksambtenaren zijn allochtoon. Het Rijk, dat diversiteit ‘hoog op de agenda’ heeft staan, scoort drie keer lager dan het landelijk gemiddelde.

De pogingen van het Rijk om meer allochtone topambtenaren aan te trekken, hebben gefaald, zo blijkt uit een inventarisatie van De Pers. Plechtig beloofde oud-minister van Binnenlandse Zaken Remkes in augustus 2006 ‘gericht actie’ te ondernemen. Maar van zijn plan om in 2007 tien extra allochtone managers aan te stellen, is niets terechtgekomen.

De vier personen aan de top die al in dienst waren, vertegenwoordigen slechts 0,4 procent. Van alle allochtonen in Nederland is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 1,2 procent werkzaam op een hogere managementfunctie, drie keer zoveel.Een directeur op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, één van de vier allochtone topambtenaren, zegt in een interview met deze krant, dat hij meermaals door collega’s bij het Rijk is gediscrimineerd. Raymond Kaitjily: ‘Ik heb meegemaakt dat een collega van mij zei: ‘Met jouw soort communiceer ik niet’.’ De huidige minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst geeft aan dat zij deze casus niet kent. ‘Maar als dat waar is, dan is het een extra reden om mensen met een kleurtje aan te nemen.’

De ambities van minister Ter Horst zijn nog veel hoger dan die van oud-minister Remkes. De PvdA-bewindsvrouw heeft zich tot taak gesteld om uiterlijk in 2011 vijftig mensen met een andere etniciteit aan te stellen op managementfuncties. Roel Bekker, de ambtenaar die de geplande bezuinigingen op de rijksdienst moet doorvoeren, betwijfelt of haar doelstelling haalbaar is. ‘We willen toe naar een kleinere rijksdienst, dus dat verkleint de marge.’ Minister Ter Horst beaamt dat er de komende vier jaar ieder jaar dik 3.000 ambtenaren uit moeten. ‘Maar de natuurlijke uitstroom is 7.000 per jaar. Dus komen er per jaar nog altijd 4.000 bij.’


Topambtenaar OCW: ‘We lopen een eeuw achter’

10 december 2007

Van de duizend hoogste rijksambtenaren zijn er slechts vier allochtoon. De Pers spreekt met ‘je weet wel, die Molukker van OCW’.

‘Programmadirecteur Dialoog, Sociale Cohesie en Integratie’ staat er als titel op zijn visitekaartje. Maar nu even niet. Wegens familieomstandigheden heeft de topambtenaar van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap namelijk een half jaar sabbatical. Raymond Kaitjily hoopt op 1 januari weer aan de slag te kunnen. Toch maakt hij tijd voor een gesprek over het minderhedenbeleid van de overheid. Als Molukker én als oud-directeur personeel en organisatie bij het ministerie van Onderwijs en het Kadaster, gaat het onderwerp hem aan het hart.

Het steekt hem dat onder het hoofdstuk diversiteit in de jaarverslagen over hoge ambtenaren niet één staatje is opgenomen over etnische minderheden. ‘Er staat wel in wat het percentage vrouwen is, maar júíst het staatje minderheden ontbreekt. Toch snap ik het wel, want nog geen half procent allochtonen aan de top is wel héél weinig voor de grootste werkgever van Nederland.’

Samen met de directeuren Marilyn Haimé (Justitie), Tjark Tjin-a-Tsoi (Nederlands Forensisch Instituut) en Wiana van den Ingh-Partakusuma (VROM) vormt hij het selecte groepje van vier allochtone ambtenaren dat er wél in slaagde bij de overheid de top te bereiken.

Duizendbanenplan

Kaitjily’s progressieve ouders verhuisden al in 1965 uit de Molukse wijk. Zijn ouders en grootvader kwamen in één keer naar Nederland. ‘Ik ben de eerste generatie die hier is geboren’, vertelt de nu 46-jarige Molukker. In 1990 kwam hij via het ‘Duizendbanenplan’ voor Molukkers bij de overheid terecht. Ironisch genoeg voldeed hij eigenlijk niet aan de eisen van het plan dat Molukkers aan een baan moest helpen, omdat hij té hoog was opgeleid. Na zijn doctoraal Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit volgde een postdoctorale opleiding bestuurskunde. Hij begon zijn loopbaan in het bankwezen.

Sinds begin 2005 is hij programmadirecteur Dialoog bij het ministerie van Onderwijs. Zijn directie coördineert het onderwijsbeleid op het gebied van veiligheid, radicalisering en extremisme. Het programma Dialoog is tijdens zijn sabbatical beëindigd. ‘In principe zou ik best bij de rijksdienst willen blijven’, licht Kaitjily toe. ‘Maar ik sluit ook niet uit dat ik de overheid ga verlaten. Allereerst zit ik er al zes jaar, op andere niveaus liggen voor mij ook uitdagingen en de markt trekt gewoon actiever aan je dan de Algemene Bestuursdienst.’

De ABD gaat over alle rijksambtenaren met een leidinggevende functie en eindverantwoordelijkheid over mensen en middelen. Zo benoemt de dienst de secretarissen-generaal, inspecteurs-generaal, directeuren-generaal en directeursfuncties. Kaitjily, die als HRM-directeur, met hetzelfde bijltje heeft gehakt, heeft de nodige kritiek op de dienst van minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken. ‘We zitten nog steeds in een fase waarbij we constant moeten aantonen wat de meerwaarde is van iemand van allochtone afkomst. Dat vind ik jammer. Het is nodeloze tijdverspilling. Het bedrijfsleven heeft met etnomarketing al een jaar of tien geleden uitgevonden dat inzicht in die groep tot betere marketing leidt.’

‘Het is een pijnlijke constatering, maar het bereik van de rijksoverheid ten opzichte van minderheden is bijna nul’, betoogt hij misnoegd. Op de vraag of hij zelf negatieve ervaringen heeft gehad vanwege zijn etniciteit, reageert Kaitjily terughoudend. ‘Voorbeelden zijn er, maar daarmee moet ik wel voorzichtig zijn. Ik heb meegemaakt dat een collega van mij zei: ‘Met jouw soort communiceer ik niet.’ Het woord soort spreekt boekdelen. Dat komt hard aan. Later bleek die man lijsttrekker van een niet nader te noemen partij. Ik heb hierover met een derde van gedachte gewisseld. Ik respecteer dat die man daar zo over denkt, maar ik ga daar geen energie in steken.’

Kaitjily heeft meer voorbeelden. ‘Samen met twee blonde collega’s had ik een afspraak met drie bewindslieden en een delegatie. De twee dames in kwestie hoefden zich niet te legitimeren en rara wie wel? Dat heb ik geweigerd, dan hadden ze dat ook aan de anderen moeten vragen of aan niemand. Ik heb gezegd: anders ga jij maar aan de bewindslieden uitleggen dat ik niet naar binnen mocht. De reactie was dat ze mijn naam niet goed konden spellen, maar daar hadden ze niet eens naar gevraagd. Aan mij hebben ze nooit gevraagd hoe het is om als allochtoon op te groeien binnen het rijk, met alle weerstanden van dien.’

Verkeerd beeld

Vraag is ook waarom allochtonen zelf weinig interesse tonen in het werk bij het rijk. Volgens de oud-directeur Personeel en Organisatie verschilt de motivatie per bevolkingsgroep. ‘Bij Turken is het ondernemerschap hot. Dat is veel hipper dan werken bij de rijksoverheid. Hoewel ze volgens mij wel heel goed aan de weg timmeren in gemeenteland.’ Vluchtelingen hebben volgens Kaitjily vaak een verkeerd beeld van wat de overheid is. ‘Als je uit een dictatoriale staat komt, kijk je daar natuurlijk heel anders tegenaan.’

Als het aan Kaitjily ligt, krijgt elk ministerie een taakstelling opgelegd. ‘Al is het maar één persoon per departement per jaar.’ De topambtenaar vindt dat de overheid onvoldoende inspeelt op de gevolgen van de vergrijzing. ‘Het is een strategisch weeffoutje van de ABD, want het vervangingsvraagstuk staat al voor de deur. Dat duurt nog maar een jaar of vijf. Volgens mij hebben de afgelopen jaren aangetoond dat het huidige beleid niet werkt. Er is volgens mij ook onvoldoende budget voor dit soort dingen. De overheid dreigt in de concurrentieslag met het bedrijfsleven de boot te missen. Als de krapte op de arbeidsmarkt zich aandient, dan vist de overheid achter het net. Ik vind het dapper dat minister Ter Horst dit op de agenda zet. Ik weet alleen niet of het ambtenarenapparaat het aan kan. Je had al een pooltje van mensen moeten hebben. Er is in Nederland nog nooit een allochtone directeur-generaal of secretaris-generaal geweest. Als we in dit tempo doorgaan, doen we er nog een eeuw over.’


Interview Maureen Sarucco, De fluisteraar van Job Cohen

5 december 2007

Maureen Sarucco is al 25 jaar hoofd veiligheid van Amsterdam. Toch geeft ze slechts zelden interviews. De Pers duikt met de Nederlandse Condoleezza Rice ‘de bunker’ in.

Achter een bomvrije deur in de kelder van het stadhuis is het crisiscentrum. ‘De bunker’, oppervlakte ongeveer 500 vierkante meter, ligt aan de westkant van de Stopera. Bij rampen en crises heeft Maureen Sarucco de leiding. ‘Ik ben technisch voorzitter van de rampenstaf’, zegt ze, wijzend naar het spreekgestoelte in het zenuwcentrum. ‘De burgemeester heeft daardoor zijn handen vrij om zich met de inhoud te bemoeien.’

Uiterst zelden spreekt de rechterhand van Job Cohen met de media. Geert Mak interviewde haar in 1995 en Het Parool in 2004. Maar als Sarucco verkozen zou worden tot Overheidsmanager van het Jaar 2007, kon ze er niet omheen. Voor één keer stemde ze in met een gesprek, áls ze tenminste zou winnen. Dat deed ze.

In ruim 25 jaar groeide de afdeling van vier tot zestig man en zag zij heel wat crises aan zich voorbijtrekken. De vergelijking met de Afro-Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice is gauw gemaakt. Zij was jarenlang veiligheidsadviseur van de Amerikaanse president. Het roept dubbele gevoelens op bij de op Curaçao geboren Sarucco, die Surinaamse ouders heeft. ‘Aan de ene kant vind ik het bijzonder complimenteus. Het is geweldig wat zij als zwarte vrouw heeft bereikt, maar ik heb niet dezelfde politieke voorkeur. Ik ben geen Bush-fan.’

Het leven in de luwte blijft voor haar een heel bewuste keuze. ‘Ik functioneer het best in de schaduw van de burgemeester. Hoe dichter je tegen een bestuurder aanzit, hoe terughoudender je moet zijn met publiciteit. Ik heb te veel mensen over hun ego zien struikelen. Mijn toegevoegde waarde uit zich niet publicitair, maar in wat ik in de oren van de burgemeester fluister.’

Ook na de moord op Theo van Gogh in 2002 – volgens haar ‘een vreselijke tijd’ – stond ze aan de zijde van PvdA-burgervader Job Cohen. ‘In die dagen heb ik wakker gelegen. Hoe houden we onze samenleving bijeen? Ons motto is binden en grenzen stellen, die twee kunnen niet zonder elkaar. Maar die manier van denken stond onder druk.’ Toch is ze trots op de manier waarop Amsterdam handelde na de moord op Van Gogh. ‘Het was moeilijk, want er is iemand doodgegaan, maar we hebben géén rellen gehad. Op zo’n moment houden we de vinger aan de pols van de samenleving. We willen precies weten wat op elke hoek van elke straat speelt. Loopt de spanning op? Moeten we interveniëren?’

Het zijn volgens haar bij uitstek momenten waarop ambtenaren de deur uit moeten. ‘Ook al zit je in schaal veertien, ga weg achter dat bureau. De straat op, naar scholen en jongerencentra. Met één druk op de knop kunnen we ambtenaren activeren. Als je ook maar even onrust ruikt, sturen we iemand om uit te leggen wat er aan de hand is.’

Job Cohen is volgens sommigen te soft. Maar Sarucco staat binnen de gemeente Amsterdam juist bekend om haar harde aanpak. Of dat botst? ‘Nee, oh nee, helemaal niet!’ roept ze luid. ‘Het gaat hartstikke goed met de veiligheid in Amsterdam. Alleen men wil dat niet zien. Ik vind echt dat de hoofdstad geen betere burgemeester kan hebben.’

Toch waren er recent rellen en autobranden in stadsdeel Slotervaart, nadat de politie een messenstekende Marokkaanse man had doodgeschoten. ‘Amsterdam West is een zorgenkind. Daar zijn urgente problemen.’ Sarucco pleit voor een bredere aanpak van de criminaliteit. ‘Een jongere oppakken en drie jaar opsluiten, daar win je niets mee. Ik hoef u niet uit te leggen hoe groot het risico is dat een jongen zonder uitzicht op werk ontspoort. Laten we in godsnaam iets doen aan onderwijsachterstanden.’

Hoewel veiligheid eigenlijk een politietaak is, ziet Sarucco ook een grote rol weggelegd voor Marokkaanse straatcoaches. ‘Zij spreken de taal van de straat, rijden rond op een fiets en spreken jongeren aan op hun gedrag. Wie ben je? Waarom doe je dat? Waar woon je? Binnen vierentwintig uur moeten zij bij het huis aankloppen en een gesprek met de ouders aangaan. We komen gezinnen binnen door gebruik te maken van de Marokkaanse gemeenschap zelf.’

De spanningen tussen autochtonen en allochtonen doen haar denken aan de tijd dat ze in dienst trad bij de gemeente. ‘Het roept bij mij een déjà-vu-gevoel op’, zegt zij verwijzend naar de frictie die er begin jaren tachtig in Amsterdam was met de Surinaamse bevolking. ‘Nu ligt het accent op de Turkse en Marokkaanse bevolking.’ De minderhedenproblematiek was voor Sarucco, die begin dit jaar zelf nog een maand in Suriname doorbracht, een van de redenen om bij de overheid te gaan werken. ‘Ik wilde bouwen aan de samenleving.’

Hoogte- en dieptepunt in haar carrière was de Bijlmerramp in 1992. Een dieptepunt omdat er 43 doden vielen en het vliegtuig niet alleen een gat boorde in de flat in de Amsterdamse Bijlmermeer, maar ook in de Surinaamse gemeenschap die daar volop vertegenwoordigd is. ‘De toenmalige directeur zat op dat moment in Amerika, dus ik moest hem plotseling vervangen’, vertelt ze. ‘Professioneel was het een hoogtepunt, omdat je op dat moment het beste uit jezelf moet halen. Als er crisis is, daalt mijn hartslag en word ik heel rustig van binnen. Ik denk dat dat een van de dingen is die maakt dat ik een goede crisismanager ben. Pas twee maanden na de Bijlmerramp kon ik een nacht niet slapen. In de bunker hadden we via camera’s dag en nacht zicht op wat er gebeurde. Je zag hoe lijken werden weggedragen. Al die beelden flitsten langs me heen. Ik ben opgestaan en gaan schrijven in mijn dagboek. Uren! Ik werd me daar pas van bewust toen mijn hand totaal verkrampt was. Ik was doodmoe, ben gaan slapen en de volgende dag was het goed. Ik heb het boek bij mijn rijtje dagboeken gezet en nooit meer gelezen wat ik heb geschreven.’

Met haar familie heeft ze een sterke band. ‘Ik kom uit een gezin waar je van kinds af wordt bijgebracht dat je familie belangrijk is.’ Ook haar 92-jarige moeder woonde de prijsuitreiking van de Overheidsmanager van het jaar bij. ‘Totdat ik vijftig was woonde ze bij mij’, vertelt Sarucco. ‘Ik kom niet uit een cultuur waar je je ouders in een bejaardenhuis zet.’

De 55-jarige Sarucco, jongste in een gezin van zes, is niet getrouwd en heeft geen kinderen. Is dat een consequentie van de vele uren die zij maakt? ‘Dat heeft er onherroepelijk mee te maken. Mijn functie is zó bevredigend, joh. Daar kan ik mijn creativiteit in kwijt. Je hebt maar zoveel passie, die zit in mijn werk.’


Interview minister Eurlings: De files oplossen is gratuite uitspraak

3 december 2007

De jongste telg van het kabinet moet Nederland genezen van het verkeersinfarct. De CDA-wonderboy over de kilometerheffing, het drukste spoornet ter wereld en het gebrek aan pils in de ministerraad.

Even voorbij een schaalmodel van de door astronaut Wubbo Ockels ontwikkelde superbus, zetelt de minister van Verkeer en Waterstaat. Na een aantal vrouwen van middelbare leeftijd, werd deze Limburgse dertiger gevraagd. Het kost hem ‘zeker tachtig uur’ per week. Maar het is een ‘prachtjob’, of zoals hij in zijn onvervalst Limburgs zegt: ‘Proagsjob’.

‘Wij hebben op momenten veel lol in de ministerraad’, benadrukt hij tegen de geruchten in. ‘Er moet gewerkt worden, maar er is een prima verstandhouding tussen de mensen aan tafel. Dat is nodig ook, je zit zoveel uur met elkaar in de Trêveszaal.’

Pils

De meeste grappen maakt hij met Ronald Plasterk van Onderwijs. ‘Op een gegeven moment werd het wat laat en zegt hij: Camiel, heb je ook zo’n zin in een pils? Ik zeg: je haalt me de woorden uit de mond. Maar dat schijnt niet te regelen te zijn. Wat dat betreft zullen we het niet van de Trêveszaal moeten hebben.’

Morgen treedt Eurlings aan om de begroting van zijn ministerie in de Tweede Kamer te behandelen. De invoering van de omstreden kilometerheffing staat centraal. Het kabinet wil in 2011 een kilometerheffing voor vrachtwagens invoeren. Een jaar later zijn personenauto’s aan de beurt. In 2016 moet het nieuwe systeem gaan gelden voor het hele Nederlandse wegennet. ‘Het landelijke systeem dat wij willen is uniek in de wereld. Als je veel rijdt, ga je meer betalen. Als je buiten de spits rijdt, ga je erop vooruit. Zit je continu in de spits, dan betaal je meer. Het heeft grote effecten op de files’, voorspelt Eurlings.

Een groot infrastructuur- én ICT-project ineen, wil hij daar zijn politieke lot wel aan verbinden? De anders zo spraakzame Eurlings valt even stil. ‘Ik wil erop afgerekend worden dat we het echt gaan doen. Maar ik heb de Kamer wel gezegd: onderschat de technische risico’s niet. Het is heel spannend.’

Kroonprins

Is het een slimme zet van het CDA om zijn enige kroonprins juist op het afbreukgevoelig Verkeer en Waterstaat te zetten? ‘Ik geloof niet dat dat een rol heeft gespeeld’, betoogt Eurlings. ‘Maar moet politiek carrièreplanning zijn? Ik kijk niet verder vooruit dan drie jaar. Dat is voor mij de manier om puur te blijven. Ik zet me af tegen politiek als carrièreplanning. Gekscherend voegt hij toe: als je koning wilt worden, laat je dan vooral geen kroonprins noemen.’

Oké dan, of hij het volgende rijtje even af wil maken. ‘Jongste raadslid, jongste Kamerlid, jongste minister, jongste…’ Eurlings lacht en er valt een stilte… ‘Jongste filebestrijder. Als ze mij zo over drie jaar zien, dan ben ik geslaagd. De files oplossen, dat zou echt een belachelijke en gratuite uitspraak zijn. Maar de gelatenheid dat wij er toch niets aan kunnen doen, daar leg ik me niet bij neer.’

Dat Eurlings bakens wil verzetten op het spoor, viel ook de ambtenaren van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid op. Zijn ambitie om jaarlijks vijf procent extra reizigers met de trein te laten gaan klinkt stellig. Maar zelfs zijn eigen ambtenaren betwijfelen of dat haalbaar is. Bladerend door zijn papieren benadrukt hij dat het wetenschappelijk instituut alleen de groei van het aantal reizigers wat minder hoog had ingeschat. ‘Natuurlijk hebben we daarover gesproken. Het KiM geeft aan dat het aantal treinreizigers niet groeit bij ongewijzigd beleid. Maar wij hebben juist gewijzigd beleid.’

Denkt Eurlings nou werkelijk dat hij met een ‘treintraining’ ouderen die al jaren gewend zijn aan autorijden, alsnog de trein in krijgt? ‘Het klinkt banaal, dat geef ik toe. Ik heb er zelf ook echt vraagtekens bij gezet, maar het is een manier waarop je de trein weer in beeld brengt. Voor veel ouderen is de trein nu een ver-van-mijn-bedshow.’

‘Maar vergeet niet, Nederland is het land met het drukst bereden spoornet van de hele wereld en we zitten in de top-3 qua punctualiteit, wereldwijd hè. Dat is gigantisch. De treinen zitten stampvol.’

Rek

En toch kunnen er volgens de CDA-bewindsman nog wel wat treinen bij. ‘We moeten kijken hoeveel rek er nog in zit. Maar kijk je over deze regeerperiode heen, dan zul je nu moeten besluiten mega-investeringen te doen. Tot nu toe was het beeld dat het spoor af is, maar dat is niet zo.’ Voor het eerst sinds jaren, benadrukt Eurlings, wil het kabinet investeren in de capaciteit van het spoor. ‘Anders loopt het helemaal-helemaal vast.’

Daarbij wil Eurlings afrekenen met het beeld dat NS en Prorail ‘oorlog op het spoor’ voeren en elkaar bij storingen de zwartepiet toeschuiven. ‘Het wordt één aanpak, dat is de enige manier waarop we resultaat kunnen behalen. De NS investeert gigantisch in nieuwe treinen. Nog voor het eind van het jaar komen er honderd nieuwe treinstellen bij. De Rotterdamse haven heeft mij al gezegd dat er dit jaar weer dertien procent meer containers komen, waarvan veel over het spoor gaan. Dat botst steeds meer met onze ambitie voor de groei van het personenvervoer. Wij nemen nog dit jaar een besluit over een mega-investering in openbaar vervoer rond Amsterdam en Almere.’

Op de lange termijn schat Eurlings 4,5 miljard euro nodig te hebben om tussen 2012 en 2020 het overvolle spoor te ontlasten. De oppositie noemde zijn plan ‘een druppel op de gloeiende plaat’, omdat hij de komende vier jaar slechts 200 miljoen over zou hebben voor het spoor. ‘Ik zit nu al op 2,35 miljard euro en ik committeer me aan het bedrag van 4,5 miljard. Als ik het nu besluit, zullen die rails er straks liggen.’

Spijkerbroek en studententrui

Gaat hij zelf nog wel eens met de trein? ‘Af en toe heb ik de behoefte om even alleen te zijn. Als ik een keer vrij heb ’s avonds in het weekend, pak ik de trein naar Maastricht, gewoon spijkerbroek, studententrui aan. Geen auto en geen chauffeur die aan je vraagt: wanneer gaat u terug?’ Maar zo vaak komt het er niet van. ‘De eerste avond dat ik minister was, wilde mijn chauffeur mijn koffers vast naar mijn kamer brengen. Ik zeg: sorry Harry, maar dat heb ik vanmiddag al zelf gedaan. Hij kijkt me verbouwereerd aan en zegt: minister, ik heb het niet over uw kleren. Kwamen er twee grote jepperds van koffers met allemaal stukken. Ik zeg: het is nu half twaalf, ik moet morgen om half acht weer weg, wanneer moet ik dat doen? Tja, zegt hij, daar had je over na moeten denken voordat je minister werd. Ik kan vrij diep gaan, maar op een gegeven moment is de kaas echt op. Dus ’s avonds laat doe ik niets meer, maar ik sta ’s ochtends om zes uur op met een paar koppen koffie. Anders houd je het niet bij.’