- Video: Kandidaat-voorzitter VVD keert zich tegen Rutte
- Hoes tegen nieuwe VVD-verklaring
- ‘Opheffen VVD bespreekbaar’
- Veel steun voor homo-actie Verlinde
Marcia Nieuwenhuis
DEN BOSCH
Het is half negen ’s ochtends in het provinciehuis in Den Bosch. In een donkerblauw pak, moderne snit, met een verse matching stropdas komt gedeputeerde Onno Hoes monter zijn kamer uitgewandeld voor een openhartig gesprek met De Pers. De kandidaat-voorzitter van de VVD heeft er zin in. Het is vroeg, maar dat lijkt de enthousiaste liberaal niet te deren. Hoe het met hem is? ‘Ineens bedacht ik dat ik maar eens voorzitter van de VVD moest worden. Dan staat je leven wel even op z’n kop.’
Hij lacht erbij, maar doordrongen van het nut en de noodzaak om zijn partij te redden is hij zeker. Op de avond dat Rita Verdonk in september vorig jaar uit de partij werd gezet kreeg hij de geest. ‘Ik zat bij mijn ouders thuis aan de koffie. Mijn vader zei, met tranen in zijn ogen: ‘Jongen, wat gebeurt hier nou? Is dit nou de partij waar wij al die jaren bij betrokken zijn?’ Je moet weten, mijn vader, nu 83 jaar, was jarenlang voorzitter van de Brabantse VVD-centrale en mijn moeder, die nu 80 is, was raadslid in Den Bosch. Dus ik ben echt in een VVD-nest opgegroeid. Daar zat ik bij mijn ouders op de bank. Verwend op het provinciehuis, mooi gedeputeerde te zijn. Toen viel er bij mij een jackpot aan kwartjes, wel honderd tegelijk. Ik dacht: dit kan niet de bedoeling zijn.’
‘Ik ben al vanaf mijn 21e lid van de VVD. Natuurlijk maak je dan toppen en dalen mee, maar de neergaande spiraal begon nu wel erg groteske vormen aan te nemen. In de peiling staan we op dertien zetels. Ik vraag me af of we ooit zó laag hebben gestaan. Prominenten zeggen: ‘Het komt wel goed’. Maar ik heb het gevoel dat de val nog niet is gestopt. Ik keek om me heen. Wie doet er iets? Maar niemand ondernam actie. Toen dacht ik: dan moet ik het zelf maar doen.’
Liet u bij ons paps en mams op de bank zelf ook een traan?
‘Dat niet, maar als het mooier is voor uw verhaal, dan wel hoor.’ Hoes lacht luid.
Houdt u, net als uw partner Albert Verlinde, ook zo van theater?
De lach van Hoes schalt nog harder door zijn kamer in het Brabantse provinciehuis. ‘De heer O. Hoes te Vught, wonende in het Brabantse Cromvoirt, stelt zich kandidaat. Ik heb dat niet afgekaart met partijbonzen en Kamercentrales. Je wordt niet gevraagd. Je doet het zelf, dát is liberalisme.’
Onno Hoes, die zijn bekendheid in den lande toch vooral te danken heeft aan de showbizz-avonturen van zijn man Albert Verlinde, is de relatieve onbekende in de strijd om het voorzitterschap van de VVD. De veel bekendere tegenkandidaat Ivo Opstelten, nog even burgemeester van Rotterdam, werd amper een dag later door de partij naar voren geschoven. Opstelten wilde zich kandidaat stellen, maar alleen als hij ‘gevraagd zou worden’.
Was dat theater voor de bühne?
‘Ik kan hem moeilijk karakteriseren’, antwoordt Onno Hoes. ‘Maar ik ben een enorme knokker en pik wel signalen op. Als ik iets zeg over de beginselen, dan krijg ik meteen de hele partijtop over me heen. Ja mens, kom op zeg! Waar zijn we mee bezig!? Mag je dan niet eens meer een beetje discussie hebben binnen de partij? Of zijn het de ereleden – zo treffend geportretteerd op de winnende foto van de Zilveren Camera – die ons steeds de weg moeten wijzen? De ereleden zijn prominent geworden, omdat zij de VVD trachten te redden. Eigenlijk moet het zó ver komen, dat we die ereleden daarvoor helemaal niet meer nodig hebben.’

Waarom bent u de man die de VVD gaat redden?
‘Omdat ik in Brabant heb bewezen dat ik mensen enthousiast kan maken. In de Provinciale Staten-campagne heb ik laten zien dat ik enthousiast genoeg ben om de VVD-karavaan te trekken. Waar anderen ervoor kozen om vooral naar grote steden te gaan, heb ik in twee maanden bijna álle gemeenten bezocht. Kleine gemeenten als Cranendonck, waar de bewoners kampen met een rondweg vlakbij de basisschool van hun kinderen. Ik wil de mensen duidelijk maken dat daar in elk geval iets aan gedaan wordt, als ze VVD gaan stemmen. Mensen moeten weer trots op hun partij worden. Dat is iets wat ik landelijk mis. De partijtop moet echt nadrukkelijk het land in. Niet die zaaltjes waar – als je geluk hebt – één jongere zit en verder mannen, die zeggen: hé goh, hoe is het, ik heb je vader nog gekend. Dat type. Je moet weten wat er gebeurt in de samenleving. Vanavond ga ik met minstens tweehonderd man praten over een milieuvergunning voor een mengvoerderfabriek die geuroverlast veroorzaakt. Dat zijn de meest fantastische avonden, ontzettend spannend. Het is bijna een spel, en dan bepaal ik hoe we het spelen. Ik weet nu al hoe het afloopt. Vanavond gaat iedereen naar huis met het idee: ik heb misschien niet het onderste uit de kan gehaald, maar met deze oplossing kan ik wel leven.’
Hoe gaat u dat landelijk doen?
‘Landelijk is de VVD ook gespleten. Probleem is dat de rechtsere VVD’er zich sinds het vertrek van Bolkestein niet meer herkent in de partij. Vergelijk het met de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Daar heb je van oudsher ook een scherpe scheiding tussen democraten en republikeinen. Maar na de speech van Barack Obama van afgelopen week zeiden zelfs republikeinen: het is niet onze man, maar ik heb wel het idee dat hij de brug kan slaan.’
Bent u jaloers op de Amerikaanse presidentsverkiezingen?
‘Ik vind het spannend om te zien hoe de democratie hoogtij viert. Heb je gezien hoe hij van de week vanaf een trap het publiek in kwam. Dat is nog eens campagne voeren! Ik ben jaloers op de energie die hij daar los weet te maken. Dat is wat ik in Nederland mis. Pim Fortuyn kon het een beetje, maar ik miste empathie bij hem. Hij straalde – in tegenstelling tot Hans Wiegel – geen warmte uit. Wiegel wist mensen in hun hart te raken.’
Aan welke kant van de VVD zit u?
‘Er zijn mensen die mij plaatsen in de rechts-liberale hoek. Het klopt ook wel dat ik helder probeer te zeggen wat ik vind. Ik denk altijd aan de luisteraar. Mensen moeten het gevoel hebben dat ze gehoord worden. Van de week nog belde ik ter voorbereiding van vanavond met een van de betrokkenen. Meteen viel de beste man stil. Hij denkt: oeps, de gedeputeerde belt zelf. Ik heb een tijd met hem gepraat. Ik heb die man meteen voor me gewonnen, dat weet ik nu al. Maar vraag mij niet hoe de laatste milieuwetgeving in elkaar zit, daar heb ik mijn ambtenaren voor. Ik ben de bruggenbouwer.’
U bent bruggenbouwer? Kan Rita ooit nog terugkomen?
‘Mogelijk, maar ik denk niet op de korte of middellange termijn. Tegen Wilders moet je je niet meer afzetten, die is zó extreem bezig. Maar met Rita blijft het mogelijk om de brug te slaan. Alleen de wonden zijn wel heel diep. Bij de leden kunnen we dat nog wel voor elkaar krijgen. Maar aan de top is er een heel diep wantrouwen. We moeten erkennen dat er naast de VVD nog een andere partij is in het liberale spectrum, net als Alexander Pechtold van D66. Alleen de VVD’ers, dat zijn de échte liberalen. Ik ben ervoor om een alliantie te vormen met de zelfstandige fracties. Bij stemmingen in de Kamer kun je dan bijvoorbeeld afspreken dat je gezamenlijk ergens op inzet. De relatie met Rita moet geneutraliseerd worden.’
Hoe vindt u dat de VVD nu met haar omgaat?
‘Omdat Rita hard bezig is met het opbouwen van haar beweging, is het redelijk stil. Dan doe je het al snel goed. De individuele fractieleden knokken ook heel hard. Alleen zolang de VVD geen overwinningsgevoel uitstraalt, is het enorm moeilijk om voor de camera te verschijnen.’
Heeft u als het gaat om de media veel van uw partner geleerd?
‘Het vertalen van moeilijke dingen in hapklare brokken, heb ik deels van Albert geleerd. Hij heeft er ook voor gezorgd dat ik altijd met twee benen op de grond ben blijven staan. Van de week stond ik op een verjaardag iemand dat verhaal te vertellen over die stinkende mengvoerderfabriek. Dan zie ik Albert kijken: goh wat weet die man toch veel. Onno heeft twee lagen. De ene laag is de bestuurder, de andere laag is de publieke figuur, die hij natuurlijk veel beter kent. Je moet je werk ook van je afpraten, dus dat bespreek ik wel eens met hem. Anders kun je toch niet slapen. Ik zie het aan z’n blik, dan kijkt hij zo van: dit gaat compleet langs me heen. Ik praat veel – dat merk je wel – maar hij ook. Dus we moeten in heel korte tijd heel veel aan elkaar kunnen vertellen.’

In 2003 betitelde het blad Elsevier Albert Verlinde en Onno Hoes als een van de ‘sterke stellen’ die Nederland rijk is. ‘Dat we heel veel van elkaar houden, dat maakt ons een sterk stel. Als Albert nu hier binnen komt, ben je weer verliefd op elkaar.’ Maar een verrassing met Valentijn, daar doet het stel niet aan. ‘Valentijn is toch eigenlijk voor geheime liefdes…?’ vraagt hij beschroomd. ‘Dat vieren wij al jaren niet meer. Bij ons is er niets geheims aan. Die keus hebben we al vrij snel gemaakt. Een half jaar nadat we een relatie kregen, ging Albert Showtime presenteren met Paulien Huizinga. RTL vroeg hem : hoe gaan we je positioneren, met of zonder partner? Zonder zou beter zijn, dan konden de mannen zich aangetrokken voelen tot haar en de vrouwen tot hem. Toen heeft Albert gezegd: daar beginnen we niet aan. In het begin moest ik er wel heel erg aan wennen dat alles bekend werd. Kwam ik ’s ochtends hier, zegt de portier: ‘Goh, wat leuk dat je bij de première was gisteren.’ Ik dacht: hoe kan hij dat nou weten? Bleek dat Albert dat al bij Edwin Evers op de radio had verteld. Albert trekt al twaalf jaar elke avond meer dan een miljoen kijkers, dus iedereen kent hem. Dat gebeurde mij voor het eerst in 2001 toen ik op de kieslijst stond voor de VVD, via een foto van me in de Gay Krant.’
Jullie zijn getrouwd in 2001, nog geen last van de ‘seven year itch’?
‘We hebben het er wel eens over gehad, maar wij kunnen helemaal geen ruzie maken. Binnen een half uurtje geef je mekaar toch weer een kus of zet je een kopje koffie voor elkaar. Daarbij waren we al negen jaar samen toen we trouwden.’
Jullie hadden adoptieplannen, zijn die definitief van de baan?
‘We hadden een énorme kinderwens. We zijn er twee jaar mee bezig geweest voordat we toestemming kregen. Daar gaan heel veel gesprekken met de Raad voor de Kinderbescherming aan vooraf. Zo vroeg een vrouw eens aan ons of we ons kind zouden laten dopen. Albert zegt: ‘Ja, natuurlijk.’ Ik: ‘Nou, ik dacht het niet!’ Albert is katholiek en ik jood, daar begon de discussie. Maar uiteindelijk hebben we de keus niet mogen maken. We kregen toestemming om twee kinderen te adopteren, maar de procedure duurde zó lang. Daar komt bij dat er maar maximaal veertig jaar mag zitten tussen de ouders en het kind, dus we zouden nu een kind van zes kunnen adopteren. Zo’n kind heeft al een heel leven achter zich. Het was heel zwaar, maar daarom hebben we besloten het niet te doen.’

U hebt gezegd dat u dan de eerste donkere kinderen naar Cromvoirt zou hebben gehaald.
‘Daar hebben wij het ook over gehad. Het maakt ons helemaal niets uit, maar van de kinderen die je kunt adopteren is 95 procent donker. Als je twee vaders hebt, snappen de kinderen sowieso dat ze geadopteerd zijn. Maar in een dorp van achthonderd blanke inwoners moet je je realiseren dat het – stel nou dat ze echt héél zwart zouden zijn – heel confronterend kan zijn. Sommige kinderen hebben nog nooit een allochtoon gezien. Niet dat ik bang voor discriminatie ben. Albert heeft nu een paar donkere acteurs in de musical Fameen dat is echt een verademing. Als ik VVD-voorzitter word, moet het hoofdbestuur ook een afspiegeling worden van de samenleving. Niet allemaal ‘excuusallochtonen’, maar mensen uit allerlei geledingen van de samenleving.’
U vindt dat we de verkleuring van de maatschappij als ‘een uitdaging’ moeten zien en dat er veel moet veranderen. Waar denkt u aan?
‘Ik vind het jammer dat wij de problemen benadrukken. Dat je selectief bent in de mensen die je binnenhaalt, daar sta ik driehonderd procent achter. De mensen die er zijn moet je begeleiden om zelfstandig burger te worden. Een boerka? Dat zijn dingen die we gewoon niet doen, nergens in de openbare ruimte. Wij zijn een liberaal land. Laten we dat zo houden.’
De eerste aanvaring met VVD-fractievoorzitter Mark Rutte heeft hij al achter de rug. ‘Ik vind het nog steeds on-be-grij-pe-lijk dat hij de beginselen van de partij wil herschrijven.’ Of hij daarna nog met Rutte gesproken heeft? ‘Heel kort. Hij wou me uitleggen waarom het zo nodig was. Maar ik zie nog steeds geen enkele reden om daar aan te beginnen.’
Of Onno Hoes ook een politiek voorbeeld heeft? Haya van Someren. De vrouw die in haar functie van VVD-voorzitter samen met Hans Wiegel en Harm van Riel, alias ‘de drie H’s’, jarenlang gezichtsbepalend was voor de koers van de VVD. Tijdens haar voorzitterschap tussen 1969 en 1975 groeide het ledental van de VVD van dertigduizend tot tachtigduizend. ‘Ik zou het willen doen zoals Haya het deed. Zij de partij en Wiegel de politieke lijn. Haya trok echt het land in, Dat zal, als ik gekozen word, vanaf 23 mei ook mijn taak als voorzitter zijn.’

Albert zei: ‘We zijn gewend om veel hooi op onze vork te nemen’. Neemt u wel eens té veel hooi op uw vork?
‘We kunnen bergen verzetten. Ik heb gisteren nog een uur met mijn personal trainer aan de gewichten gehangen. Hij zegt: ‘Het is nu wel extra zwaar zeker?’ Maar als ik dat níet doe, dan trek ik het niet meer. Ik wil niet als een bezadigde oude heer door het leven gaan. Ik vind het belangrijk dat je energie uitstraalt en ik moet Albert ook te vriend houden, komende zomer met mijn six-pack langs de zwembadrand.’