Nederland is klaar voor een vrouw als premier

5 februari 2008

Een homo mag ook. Maar een jood, een moslim of een ex-harddrugsgebruiker gaat voorlopig nog te ver.

Al sinds 1848 wordt Nederland bestierd door blanke mannen. Stuk voor stuk hebben ze een christelijke achtergrond. Netjes getrouwd, een braaf uiterlijk en ze zijn allemaal ergens in de veertig of ouder.

Waar de verkiezingsstrijd in de Verenigde Staten gaat tussen een vrouw, een zwarte man en een 70-plusser, zijn het op ons politieke podium Balkenende, Bos, Rouvoet, Wilders, Rutte en Marijnissen.

Vrouw of homo

Dat gaat veranderen. Negen van de tien deelnemers aan het onderzoek van De Pers en EénVandaag vindt het geen enkel probleem als de Nederlandse premier een vrouw is. Slechts 3 procent is faliekant tegen deze première. Ook tegen een homo als premier bestaat weinig bezwaar: slechts 13 procent wil geen homo.

De tolerantie tegen anders-gelovigen is een stuk kleiner. Slechts de helft van de ondervraagden vindt het acceptabel als de premier van Nederland joods is. Minder dan eenderde ziet een moslim zitten.

Vrouwen zijn toleranter dan mannen. Jongeren accepteren weer meer dan ouderen: van de tieners vinden vier van de vijf een premier van Surinaamse afkomst normaal, onder de 65-plussers is dat maar een kwart.

Surinaamse achtergrond
Van de vier grote etnische groepen zou een premier met een Surinaamse achtergrond de meeste kans maken. Een Antilliaan (door 43 procent geaccepteerd), een Turk (33 procent) of een Marokkaan (31 procent) zien de deelnemers voorlopig liever niet op het bordes naast de koningin.

Op de vraag of we een voormalige gebruiker van harddrugs aan het roer zouden willen hebben, zegt slechts 26 procent dit acceptabel te vinden.

In afnemende volgorde is er verder vooral onder jongeren draagvlak voor een Jood, een Surinamer, Antiliaan, Turk, Marokkaan of moslim. Misschien zelfs voor iemand die ooit harddrugs gebruikte.

Ouderen
Maar waar we collectief van gruwen (72 procent), is een premier van boven de zeventig. De 71-jarige Amerikaanse Republikein John McCain zou in Nederland vanwege zijn leeftijd geen enkele kans maken. Opmerkelijk. Ons staatshoofd is al decennialang een vrouw. En sinds kort nog 70-plus ook.


Genoeg blanke mannen met buikjes

13 december 2007

Blanke mannen met buikjes uit Vinex-wijken, daar heeft het Rijk er meer dan genoeg van. Minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken verleidt nu ‘mensen met een kleurtje’.

Het is tegen elf uur als negentig hoog opgeleide allochtonen zich melden bij Stadspaleis Het Spaansche Hof in het oude centrum van Den Haag. Alleen de entree van het pand aan het Westeinde is al imposant. Laat staan het originele achttiende-eeuwse interieur met statige fluwelen gordijnen, glimmende kroonluchters en gouden ornamenten. Mensen ‘met een biculturele achtergrond’ werden gisteren op het ‘Double Click Event’ in de watten gelegd. Doel: het personeel van het roomwitte Rijk diverser maken.

‘Ergens tussen afstuderen en starten raken we jullie kwijt’, betreurt plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken Philippe Raets (Belgisch). ‘De sleutel heb ik nog niet, want anders zaten we hier niet. Wat ik wel weet, is dat de Rijksoverheid het niet goed doet als er alleen maar blanke mannen met buikjes uit Vinex-wijken werken. Daar heb ik ook mensen met een bi-culturele achtergrond voor nodig. De poorten staan wijd open.’

‘U zegt wel: de poorten staan open, maar dat ervaar ik toch anders’, pareert Caroline Wlodarczyk (29, Poolse vader, Duitse moeder) zijn opmerking. ‘Ik heb een tijdelijk contract bij Buitenlandse Zaken. Daar willen ze me wel houden, maar er is een personeelsstop.’ Raets belooft zijn collega op het ministerie van Buitenlandse Zaken erop aan te spreken. Wlodarczyk heeft pech, want van alle dertien departementen zijn er twee niet vertegenwoordigd, waaronder Buitenlandse Zaken. Daar zijn voor minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken nog bakens te verzetten. Vandaag laat de PvdA-bewindsvrouw in elk geval niets aan het toeval over. Witte bolletjes met ham of kaas als lunch? Ho maar. Verse jus, thee in designkopjes, broodjes met gerookte zalm en garnalen en verse groente- en fruitsalades, warme wraps met kip.

Ondertussen voert Ter Horst ook intern de druk op tot ongekende hoogte. ‘Ik wil het aantal allochtonen bij het Rijk verdubbelen, vijftig mensen aanstellen op managementposities en de helft van de stageplaatsen met allochtonen bezetten. Je moet het doen, of je moet uitleggen waarom het niet is gelukt.’

Eigenlijk wil de bijna afgestudeerde Birgül Tiryaki (27, Turkse) helemaal niet in een hokje geplaatst worden. ‘Ik heb echt moeten wikken en wegen om hierheen te gaan. Ik wil geen special treatment, maar als het nodig is, dan moet het maar.’

Als er iemand is die ervaart dat het nodig is, is het Hayat (29, Marokkaanse). Ze heeft een master Educatie en Communicatie op zak, maar komt nergens aan de bak. ‘Ik kan prima sollicitatiebrieven schrijven en mijn cv ziet er werkelijk prachtig uit, maar als ik op gesprek kom, zien ze alleen een stukje textiel op mijn hoofd’, verwijst ze naar haar hoofddoek. Al drie maanden stuurt Hayat wekelijks drie tot vijf sollicitatiebrieven en elke zaterdag spit ze minimaal drie uur alle kranten door in de bibliotheek. ‘Ik ben hier om te ontdekken of ik geschikt ben om voor de overheid te werken.’

Öznur Taskin, recruiter diversiteit bij het Rijk, kan nog niet zeggen hoeveel stageplekken en startersfuncties op deze dag zijn vergeven.


Rijk telt slechts vier allochtone topambtenaren

10 december 2007

Slechts vier van de duizend hoogste rijksambtenaren zijn allochtoon. Het Rijk, dat diversiteit ‘hoog op de agenda’ heeft staan, scoort drie keer lager dan het landelijk gemiddelde.

De pogingen van het Rijk om meer allochtone topambtenaren aan te trekken, hebben gefaald, zo blijkt uit een inventarisatie van De Pers. Plechtig beloofde oud-minister van Binnenlandse Zaken Remkes in augustus 2006 ‘gericht actie’ te ondernemen. Maar van zijn plan om in 2007 tien extra allochtone managers aan te stellen, is niets terechtgekomen.

De vier personen aan de top die al in dienst waren, vertegenwoordigen slechts 0,4 procent. Van alle allochtonen in Nederland is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 1,2 procent werkzaam op een hogere managementfunctie, drie keer zoveel.Een directeur op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, één van de vier allochtone topambtenaren, zegt in een interview met deze krant, dat hij meermaals door collega’s bij het Rijk is gediscrimineerd. Raymond Kaitjily: ‘Ik heb meegemaakt dat een collega van mij zei: ‘Met jouw soort communiceer ik niet’.’ De huidige minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst geeft aan dat zij deze casus niet kent. ‘Maar als dat waar is, dan is het een extra reden om mensen met een kleurtje aan te nemen.’

De ambities van minister Ter Horst zijn nog veel hoger dan die van oud-minister Remkes. De PvdA-bewindsvrouw heeft zich tot taak gesteld om uiterlijk in 2011 vijftig mensen met een andere etniciteit aan te stellen op managementfuncties. Roel Bekker, de ambtenaar die de geplande bezuinigingen op de rijksdienst moet doorvoeren, betwijfelt of haar doelstelling haalbaar is. ‘We willen toe naar een kleinere rijksdienst, dus dat verkleint de marge.’ Minister Ter Horst beaamt dat er de komende vier jaar ieder jaar dik 3.000 ambtenaren uit moeten. ‘Maar de natuurlijke uitstroom is 7.000 per jaar. Dus komen er per jaar nog altijd 4.000 bij.’


Topambtenaar OCW: ‘We lopen een eeuw achter’

10 december 2007

Van de duizend hoogste rijksambtenaren zijn er slechts vier allochtoon. De Pers spreekt met ‘je weet wel, die Molukker van OCW’.

‘Programmadirecteur Dialoog, Sociale Cohesie en Integratie’ staat er als titel op zijn visitekaartje. Maar nu even niet. Wegens familieomstandigheden heeft de topambtenaar van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap namelijk een half jaar sabbatical. Raymond Kaitjily hoopt op 1 januari weer aan de slag te kunnen. Toch maakt hij tijd voor een gesprek over het minderhedenbeleid van de overheid. Als Molukker én als oud-directeur personeel en organisatie bij het ministerie van Onderwijs en het Kadaster, gaat het onderwerp hem aan het hart.

Het steekt hem dat onder het hoofdstuk diversiteit in de jaarverslagen over hoge ambtenaren niet één staatje is opgenomen over etnische minderheden. ‘Er staat wel in wat het percentage vrouwen is, maar júíst het staatje minderheden ontbreekt. Toch snap ik het wel, want nog geen half procent allochtonen aan de top is wel héél weinig voor de grootste werkgever van Nederland.’

Samen met de directeuren Marilyn Haimé (Justitie), Tjark Tjin-a-Tsoi (Nederlands Forensisch Instituut) en Wiana van den Ingh-Partakusuma (VROM) vormt hij het selecte groepje van vier allochtone ambtenaren dat er wél in slaagde bij de overheid de top te bereiken.

Duizendbanenplan

Kaitjily’s progressieve ouders verhuisden al in 1965 uit de Molukse wijk. Zijn ouders en grootvader kwamen in één keer naar Nederland. ‘Ik ben de eerste generatie die hier is geboren’, vertelt de nu 46-jarige Molukker. In 1990 kwam hij via het ‘Duizendbanenplan’ voor Molukkers bij de overheid terecht. Ironisch genoeg voldeed hij eigenlijk niet aan de eisen van het plan dat Molukkers aan een baan moest helpen, omdat hij té hoog was opgeleid. Na zijn doctoraal Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit volgde een postdoctorale opleiding bestuurskunde. Hij begon zijn loopbaan in het bankwezen.

Sinds begin 2005 is hij programmadirecteur Dialoog bij het ministerie van Onderwijs. Zijn directie coördineert het onderwijsbeleid op het gebied van veiligheid, radicalisering en extremisme. Het programma Dialoog is tijdens zijn sabbatical beëindigd. ‘In principe zou ik best bij de rijksdienst willen blijven’, licht Kaitjily toe. ‘Maar ik sluit ook niet uit dat ik de overheid ga verlaten. Allereerst zit ik er al zes jaar, op andere niveaus liggen voor mij ook uitdagingen en de markt trekt gewoon actiever aan je dan de Algemene Bestuursdienst.’

De ABD gaat over alle rijksambtenaren met een leidinggevende functie en eindverantwoordelijkheid over mensen en middelen. Zo benoemt de dienst de secretarissen-generaal, inspecteurs-generaal, directeuren-generaal en directeursfuncties. Kaitjily, die als HRM-directeur, met hetzelfde bijltje heeft gehakt, heeft de nodige kritiek op de dienst van minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken. ‘We zitten nog steeds in een fase waarbij we constant moeten aantonen wat de meerwaarde is van iemand van allochtone afkomst. Dat vind ik jammer. Het is nodeloze tijdverspilling. Het bedrijfsleven heeft met etnomarketing al een jaar of tien geleden uitgevonden dat inzicht in die groep tot betere marketing leidt.’

‘Het is een pijnlijke constatering, maar het bereik van de rijksoverheid ten opzichte van minderheden is bijna nul’, betoogt hij misnoegd. Op de vraag of hij zelf negatieve ervaringen heeft gehad vanwege zijn etniciteit, reageert Kaitjily terughoudend. ‘Voorbeelden zijn er, maar daarmee moet ik wel voorzichtig zijn. Ik heb meegemaakt dat een collega van mij zei: ‘Met jouw soort communiceer ik niet.’ Het woord soort spreekt boekdelen. Dat komt hard aan. Later bleek die man lijsttrekker van een niet nader te noemen partij. Ik heb hierover met een derde van gedachte gewisseld. Ik respecteer dat die man daar zo over denkt, maar ik ga daar geen energie in steken.’

Kaitjily heeft meer voorbeelden. ‘Samen met twee blonde collega’s had ik een afspraak met drie bewindslieden en een delegatie. De twee dames in kwestie hoefden zich niet te legitimeren en rara wie wel? Dat heb ik geweigerd, dan hadden ze dat ook aan de anderen moeten vragen of aan niemand. Ik heb gezegd: anders ga jij maar aan de bewindslieden uitleggen dat ik niet naar binnen mocht. De reactie was dat ze mijn naam niet goed konden spellen, maar daar hadden ze niet eens naar gevraagd. Aan mij hebben ze nooit gevraagd hoe het is om als allochtoon op te groeien binnen het rijk, met alle weerstanden van dien.’

Verkeerd beeld

Vraag is ook waarom allochtonen zelf weinig interesse tonen in het werk bij het rijk. Volgens de oud-directeur Personeel en Organisatie verschilt de motivatie per bevolkingsgroep. ‘Bij Turken is het ondernemerschap hot. Dat is veel hipper dan werken bij de rijksoverheid. Hoewel ze volgens mij wel heel goed aan de weg timmeren in gemeenteland.’ Vluchtelingen hebben volgens Kaitjily vaak een verkeerd beeld van wat de overheid is. ‘Als je uit een dictatoriale staat komt, kijk je daar natuurlijk heel anders tegenaan.’

Als het aan Kaitjily ligt, krijgt elk ministerie een taakstelling opgelegd. ‘Al is het maar één persoon per departement per jaar.’ De topambtenaar vindt dat de overheid onvoldoende inspeelt op de gevolgen van de vergrijzing. ‘Het is een strategisch weeffoutje van de ABD, want het vervangingsvraagstuk staat al voor de deur. Dat duurt nog maar een jaar of vijf. Volgens mij hebben de afgelopen jaren aangetoond dat het huidige beleid niet werkt. Er is volgens mij ook onvoldoende budget voor dit soort dingen. De overheid dreigt in de concurrentieslag met het bedrijfsleven de boot te missen. Als de krapte op de arbeidsmarkt zich aandient, dan vist de overheid achter het net. Ik vind het dapper dat minister Ter Horst dit op de agenda zet. Ik weet alleen niet of het ambtenarenapparaat het aan kan. Je had al een pooltje van mensen moeten hebben. Er is in Nederland nog nooit een allochtone directeur-generaal of secretaris-generaal geweest. Als we in dit tempo doorgaan, doen we er nog een eeuw over.’


Interview Maureen Sarucco, De fluisteraar van Job Cohen

5 december 2007

Maureen Sarucco is al 25 jaar hoofd veiligheid van Amsterdam. Toch geeft ze slechts zelden interviews. De Pers duikt met de Nederlandse Condoleezza Rice ‘de bunker’ in.

Achter een bomvrije deur in de kelder van het stadhuis is het crisiscentrum. ‘De bunker’, oppervlakte ongeveer 500 vierkante meter, ligt aan de westkant van de Stopera. Bij rampen en crises heeft Maureen Sarucco de leiding. ‘Ik ben technisch voorzitter van de rampenstaf’, zegt ze, wijzend naar het spreekgestoelte in het zenuwcentrum. ‘De burgemeester heeft daardoor zijn handen vrij om zich met de inhoud te bemoeien.’

Uiterst zelden spreekt de rechterhand van Job Cohen met de media. Geert Mak interviewde haar in 1995 en Het Parool in 2004. Maar als Sarucco verkozen zou worden tot Overheidsmanager van het Jaar 2007, kon ze er niet omheen. Voor één keer stemde ze in met een gesprek, áls ze tenminste zou winnen. Dat deed ze.

In ruim 25 jaar groeide de afdeling van vier tot zestig man en zag zij heel wat crises aan zich voorbijtrekken. De vergelijking met de Afro-Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice is gauw gemaakt. Zij was jarenlang veiligheidsadviseur van de Amerikaanse president. Het roept dubbele gevoelens op bij de op Curaçao geboren Sarucco, die Surinaamse ouders heeft. ‘Aan de ene kant vind ik het bijzonder complimenteus. Het is geweldig wat zij als zwarte vrouw heeft bereikt, maar ik heb niet dezelfde politieke voorkeur. Ik ben geen Bush-fan.’

Het leven in de luwte blijft voor haar een heel bewuste keuze. ‘Ik functioneer het best in de schaduw van de burgemeester. Hoe dichter je tegen een bestuurder aanzit, hoe terughoudender je moet zijn met publiciteit. Ik heb te veel mensen over hun ego zien struikelen. Mijn toegevoegde waarde uit zich niet publicitair, maar in wat ik in de oren van de burgemeester fluister.’

Ook na de moord op Theo van Gogh in 2002 – volgens haar ‘een vreselijke tijd’ – stond ze aan de zijde van PvdA-burgervader Job Cohen. ‘In die dagen heb ik wakker gelegen. Hoe houden we onze samenleving bijeen? Ons motto is binden en grenzen stellen, die twee kunnen niet zonder elkaar. Maar die manier van denken stond onder druk.’ Toch is ze trots op de manier waarop Amsterdam handelde na de moord op Van Gogh. ‘Het was moeilijk, want er is iemand doodgegaan, maar we hebben géén rellen gehad. Op zo’n moment houden we de vinger aan de pols van de samenleving. We willen precies weten wat op elke hoek van elke straat speelt. Loopt de spanning op? Moeten we interveniëren?’

Het zijn volgens haar bij uitstek momenten waarop ambtenaren de deur uit moeten. ‘Ook al zit je in schaal veertien, ga weg achter dat bureau. De straat op, naar scholen en jongerencentra. Met één druk op de knop kunnen we ambtenaren activeren. Als je ook maar even onrust ruikt, sturen we iemand om uit te leggen wat er aan de hand is.’

Job Cohen is volgens sommigen te soft. Maar Sarucco staat binnen de gemeente Amsterdam juist bekend om haar harde aanpak. Of dat botst? ‘Nee, oh nee, helemaal niet!’ roept ze luid. ‘Het gaat hartstikke goed met de veiligheid in Amsterdam. Alleen men wil dat niet zien. Ik vind echt dat de hoofdstad geen betere burgemeester kan hebben.’

Toch waren er recent rellen en autobranden in stadsdeel Slotervaart, nadat de politie een messenstekende Marokkaanse man had doodgeschoten. ‘Amsterdam West is een zorgenkind. Daar zijn urgente problemen.’ Sarucco pleit voor een bredere aanpak van de criminaliteit. ‘Een jongere oppakken en drie jaar opsluiten, daar win je niets mee. Ik hoef u niet uit te leggen hoe groot het risico is dat een jongen zonder uitzicht op werk ontspoort. Laten we in godsnaam iets doen aan onderwijsachterstanden.’

Hoewel veiligheid eigenlijk een politietaak is, ziet Sarucco ook een grote rol weggelegd voor Marokkaanse straatcoaches. ‘Zij spreken de taal van de straat, rijden rond op een fiets en spreken jongeren aan op hun gedrag. Wie ben je? Waarom doe je dat? Waar woon je? Binnen vierentwintig uur moeten zij bij het huis aankloppen en een gesprek met de ouders aangaan. We komen gezinnen binnen door gebruik te maken van de Marokkaanse gemeenschap zelf.’

De spanningen tussen autochtonen en allochtonen doen haar denken aan de tijd dat ze in dienst trad bij de gemeente. ‘Het roept bij mij een déjà-vu-gevoel op’, zegt zij verwijzend naar de frictie die er begin jaren tachtig in Amsterdam was met de Surinaamse bevolking. ‘Nu ligt het accent op de Turkse en Marokkaanse bevolking.’ De minderhedenproblematiek was voor Sarucco, die begin dit jaar zelf nog een maand in Suriname doorbracht, een van de redenen om bij de overheid te gaan werken. ‘Ik wilde bouwen aan de samenleving.’

Hoogte- en dieptepunt in haar carrière was de Bijlmerramp in 1992. Een dieptepunt omdat er 43 doden vielen en het vliegtuig niet alleen een gat boorde in de flat in de Amsterdamse Bijlmermeer, maar ook in de Surinaamse gemeenschap die daar volop vertegenwoordigd is. ‘De toenmalige directeur zat op dat moment in Amerika, dus ik moest hem plotseling vervangen’, vertelt ze. ‘Professioneel was het een hoogtepunt, omdat je op dat moment het beste uit jezelf moet halen. Als er crisis is, daalt mijn hartslag en word ik heel rustig van binnen. Ik denk dat dat een van de dingen is die maakt dat ik een goede crisismanager ben. Pas twee maanden na de Bijlmerramp kon ik een nacht niet slapen. In de bunker hadden we via camera’s dag en nacht zicht op wat er gebeurde. Je zag hoe lijken werden weggedragen. Al die beelden flitsten langs me heen. Ik ben opgestaan en gaan schrijven in mijn dagboek. Uren! Ik werd me daar pas van bewust toen mijn hand totaal verkrampt was. Ik was doodmoe, ben gaan slapen en de volgende dag was het goed. Ik heb het boek bij mijn rijtje dagboeken gezet en nooit meer gelezen wat ik heb geschreven.’

Met haar familie heeft ze een sterke band. ‘Ik kom uit een gezin waar je van kinds af wordt bijgebracht dat je familie belangrijk is.’ Ook haar 92-jarige moeder woonde de prijsuitreiking van de Overheidsmanager van het jaar bij. ‘Totdat ik vijftig was woonde ze bij mij’, vertelt Sarucco. ‘Ik kom niet uit een cultuur waar je je ouders in een bejaardenhuis zet.’

De 55-jarige Sarucco, jongste in een gezin van zes, is niet getrouwd en heeft geen kinderen. Is dat een consequentie van de vele uren die zij maakt? ‘Dat heeft er onherroepelijk mee te maken. Mijn functie is zó bevredigend, joh. Daar kan ik mijn creativiteit in kwijt. Je hebt maar zoveel passie, die zit in mijn werk.’