Een minister twijfelt niet

28 februari 2008

Kustaw Bessems en Marcia Nieuwenhuis

DEN HAAG

Het hele kabinet kreeg een bouwplaat van het Binnenhof, toen de vorige voorzitter van de Eerste Kamer afscheid nam. Maar CDA’er Piet Hein Donner is de enige die hem – recent – ook in elkaar heeft gezet. Maquettes bouwen is een liefhebberij van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. ‘Als je éven helemaal eruit wilt zijn, is het ideaal om een stukje te knippen, even te plakken en dan weer door te gaan met de dossiers.’

Het Binnenhof was gemakkelijk. Eerder had Donner al een model van Carcassonne gebouwd, de middeleeuwse stad in de Languedoc. Nu werkt hij aan de Mont Saint Michel, het rotsachtige eiland voor de kust van Normandië. ‘Je moet af en toe, als je het heel druk hebt, oppassen dat je niet de hele tijd door blijft malen. ‘s Avonds even een half uur of een uur werken aan een bouwplaat, dan heb je een heel klein stukje gedaan. Als je dat maar dagelijks doet.’

Zo ook is het volgens Donner nodig om binnen het kabinet – bij het regeren van het land – ‘plezier te hebben’. Dat houdt voor hem bijvoorbeeld in dat hij en zijn PvdA-collega op Financiën, Wouter Bos, elkaar over en weer goed jennen. ‘Ik kan Bos vaak op de kast krijgen door allerlei extreme ideeën te lanceren. Als we samen oplopen naar de Tweede Kamer doe ik voorstellen waarvan ik zeker weet dat hij het er helemaal niet mee eens is. Bos neemt dat goed op en kan mij zeker terugplagen. Dan zegt hij: Zullen we maar helemaal níks doen?’

Donner is met 59 de oudste minister. ‘Mijn collega’s verwachten dat ik zeer ouderwets ben. Terwijl ik natuurlijk een van de progressiefste ministers ben die er zijn.’ Wat hem zo modern maakt? ‘Mijn veranderzucht.’

Elk kabinet heeft ‘een eigen gevoel’, zegt Donner. Het vorige, waarin Donner op Justitie zat, had volgens hem anders dan het huidige een heel duidelijke agenda, gericht op hervormingen. ‘Het gevoel: er moet een aantal knopen worden doorgehakt, tegen de achtergrond van de aanklacht die Fortuyn had geformuleerd en omdat kwesties moesten worden opgelost waarmee Nederland al heel lang worstelde. Dat kabinet kreeg vanaf het begin erg veel kritiek, wat een hechte band schiep. We dachten: we kunnen het toch nooit goed doen, dus laten we maar doen wat we willen. Dat is een héél bevrijdend gevoel.’

‘Je had minder discussies over het waarom. We kenden het probleem wel en de vraag was hoe we het oplosten. Dat is anders dan in het huidige kabinet, dat meer bezig is met de vraag: wat is nu de richting voor de toekomst? Nog afgezien van het feit dat je nu natuurlijk toch zit met twee partijen die een vrij uiteenlopend verleden hebben, zeker in de afgelopen periode.’

Donner schrok dan ook niet toen onlangs bleek dat slechts 13 procent van de bevolking vertrouwen heeft in het kabinet. ‘Dat kan heel heilzaam werken voor de onderlinge band.’

Maar het is niet best voor een kabinet dat het vertrouwen in de middenpartijen wil herstellen.

‘In de héle politiek. We moeten eens uitscheiden alle discussies in Nederland in een sfeer van wantrouwen te trekken. Er gaan altijd dingen fout, maar zoals we er nu over praten, op hoge toon wekken we de indruk dat álles fout gaat. Ik weet niet of het in het algemeen belang zou zijn als de partijen van Wilders en Verdonk en de SP de grootste worden. Ik betwijfel of die tot een werkbare regering zouden kunnen komen die ook rekening houdt met de minderheden in dit land. Ik proef uit de trek van de kiezer naar de zijkanten een zorg – misschien zelfs angst – voor nieuwe ontwikkelingen.’

‘Ik constateer een houding van ‘houd me vast’ en de behoefte aan simpele antwoorden. Maar die werken niet meer. We kunnen niet meer zeggen: gooi de luiken dicht en we laten alles bij het oude. De regering moet de burger weer het vertrouwen geven dat we gezamenlijk vraagstukken tot een oplossing kunnen brengen. Daar is ook dit kabinet voortdurend mee bezig. En dat doe je in een omgeving die vooral bezig is te wijzen op alles wat niet goed gaat. Daarmee moet je leren leven. Daarom heb ik niet elke keer slapeloze nachten over wat men nu weer uit een peiling naar boven haalt.’

Niet alleen de partijen op de flanken vallen het kabinet aan. Uw vorige coalitiepartner, de VVD, verwijt het CDA gedraai. CDA-fractievoorzitter Van Geel noemde de VVD daarop ‘niet meer degelijk, warrig en puur opportunistisch.’ Hoe kijkt u naar zo’n harde aanvaring?

‘Dat is niet verstandig. Het is nooit verstandig in Nederland om op zeer hoge toon afstand van elkaar te nemen. Omdat je op ieder moment weer in de situatie kunt komen dat je met elkaar moet regeren.’

Paste u als minister beter in dat vorige kabinet met de VVD, dat hield van knopen doorhakken?

‘Ik heb het gevoel dat ik nu als probleemoplosser juist beter tot mijn recht kom. Ik zit op Sociale Zaken met zeer urgente problemen. Hoe blijven we in de wereldeconomie functioneren terwijl duurzame tekorten ontstaan op de arbeidsmarkt? Onze verzorgingsstaat dreigt een drijfanker te worden: dat geeft wel een beetje stabiliteit, maar je raakt steeds verder achterop in een veranderende wereld.’

‘Vanaf 2011 daalt de arbeidsbevolking, substantieel en in toenemende mate. We zitten nú al met een kwart miljoen vacatures en dat terwijl migranten uit Midden- en Oost-Europa veel banen vervullen. We kunnen er niet op bouwen dat we die eindeloos zullen kunnen vinden. Zeker niet als ik zie hoe sommige Polen hier worden behandeld en gehuisvest zijn. Dat zal minder worden.’

‘Intussen wordt de arbeidsbevolking alleen nog maar kleiner. Jonggehandicapten zijn in ons systeem uitgerangeerd, terwijl ze zeggen: alsjeblieft, geef ons een kans mee te doen. Idem dito werkt ons pensioenstelsel zo dat iedereen vanaf 65 gaat terugtellen: wanneer stap ik eruit? De effectieve leeftijd dat mensen eruit stappen is 61. Terwijl de levensverwachting alleen maar langer wordt!’

U wilt dat we langer gaan werken.

‘Het moet normaler worden na je 65e door te gaan. Nu staat in veel cao’s dat iemand met 65 móet worden ontslagen. Dat wil ik veranderen. Ik onderzoek nu in hoeverre het mogelijk is dat je pensioen op een latere leeftijd in gaat. Maar ook dat je ervoor kunt kiezen maar voor een deel met pensioen te gaan. Dat je twee dagen met pensioen gaat en drie dagen doorwerkt.’

‘Niet alleen vanwege de arbeidsmarkt, maar ook omdat we in de gekke situatie zijn gekomen dat we minder dan de helft van ons leven werken om een inkomen voor een heel leven te halen. Dat is niet alleen financieel instabiel, dat is mentaal instabiel. Omdat je bent opgezadeld met het idee: ik ben uitgerangeerd.’

Dat is wel heel negatief geformuleerd. Anderen zeggen: ik ga heerlijk genieten, op een mooie cruise bijvoorbeeld.

‘Dan rijst bij mij de vraag: is dat het hele leven, op een cruise zitten? Maar bovendien is de prijs die je betaalt dat de veertig jaar waarin de arbeid wordt gedaan steeds zwaarder belast zijn. Met alle bijverschijnselen van dien. De productiviteit moet hoger en hoger en dat in de periode dat je kinderen moet opvoeden.’

U heeft gezegd dat ouderen gebreken aangepraat krijgen.

‘Ja, dat geloof ik. Door hoe we over ouder worden praten. Natuurlijk merk ik ook dat dingen langzamer gaan en minder goed. Maar doordat je dat steeds moet horen, word je bepaald door wat je niet kunt. U begon er ook weer over dat ik de oudste ben van het kabinet. Ja, so what?’

Collega Rouvoet van de ChristenUnie suggereerde dat het tegen de vergrijzing helpt als iedereen wat meer kinderen krijgt.

‘Met respect, maar het is geen oplossing. De vergrijzing hangt samen met de opgelopen levensverwachting. Die kan straks ver boven de 100 uit schuiven! Als je meer kinderen krijgt, groei je juist in tal en last. Meer kinderen krijgen zou misschien wel goed zijn om een vitale samenleving te blijven. Maar als ik kan bereiken dat we iemand pas oud vinden met 70 en niet met 65, heb ik de bevolking ook aardig verjongd.’

Hoe gaat u het aantrekkelijk maken om het pensioen uit te stellen?

‘Voor ieder jaar dat je het uitstelt, krijg je zo’n 5 procent extra AOW. Wat wel belangrijk is, is dat mensen zich dan bijscholen. Er wordt nu niet in mensen boven de 50 geïnvesteerd, mensen houden ook op in zichzelf te investeren want die hebben het gevoel: het is hier voor mij bijna afgelopen. Terwijl de gemiddelde baan zeven jaar bestaat. Dat betekent dat iemand van 50 nog zeker twee volle cycli te gaan heeft. Er moet een wederzijdse scholingsplicht in de arbeidsovereenkomst komen.’

Als het tekort aan arbeid dé opgave is op uw terrein, hoe erg is het dan dat u de versoepeling van het ontslagrecht er niet door heeft gekregen?

‘Tegenover de versoepeling van het ontslagrecht stond het aanbod van werkgevers om vrij massaal mensen weer in de arbeidsmarkt op te nemen die daar al een tijd buiten stonden. Doordat dat niet doorgaat, moet ik nu andere manieren zoeken om dat te bereiken. Daar verlies ik tijd mee. Het verzilveren van dat aanbod was voor die groep van groot belang geweest, dan waren we nu al bezig.’

Hoe komt het dat uw voorstellen strandden?

‘Daar ga ik nu niet over filosoferen. Je constateert op een gegeven moment: we kunnen vrolijk met de koppen tegen elkaar blijven lopen óf we moeten kijken hoe we op een andere wijze het échte probleem, de te lage arbeidsparticipatie, kunnen oplossen.’

Kan er nu nog iets?

‘Het is zonder meer duidelijk: er móet iets.’

Maar de commissie-Bakker, die u in juni moet adviseren over arbeidsparticipatie, weet dat uw coalitiepartners PvdA en ChristenUnie het ontslagrecht taboe hebben verklaard. Wat de commissie ook aanbeveelt, een aantasting van de rechtsbescherming van werknemers mag er niet bij zijn.

‘Waar leidt u dát nu uit af? In de toelichting op de installatie van die commissie staat bewust nadrukkelijk – en dat is ook een- en andermaal in de Kamer vastgesteld – dat zij voorstellen moet doen die ertoe leiden dat in de toekomst 80 procent van de beroepsbevolking aan het werk is. Dat moeten we bereiken vóór 2016. Dat betekent dat we in deze kabinetsperiode 200.000 banen extra moeten scheppen en in de volgende periode nog eens. Als de commissie meent dat ontslagrecht geen rol speelt bij het bereiken van die 80 procent, dan zal ze dat zeggen. En als ze meent dat het wel een rol speelt, zal ze het óók zeggen. Als die commissie zegt: het is wel een van de wezenlijke dingen die we moeten oplossen, dan moet ik nog zien dat die partijen zeggen: en toch doen we het niet.’

De fractievoorzitters van de ChristenUnie en de PvdA in de Tweede Kamer hebben gezegd dat zij hoe dan ook deze kabinetsperiode niet meer over het ontslagrecht willen spreken.

‘Die 80 procent is wel onderschreven door de sociale partners én door ons als coalitie. Als de commissie vindt dat we daarvoor iets aan het ontslagrecht moeten veranderen, dienen we dat advies serieus te nemen en wat mij betreft op te volgen. Als die partijen weigeren, zeggen ze eigenlijk: het kan ons niet schelen wat we hebben afgesproken.’

‘Als we die 80 procent niet halen, dan zullen we moeten gaan beknibbelen op voorzieningen. Partijen die zeggen: wij doen niet wat nodig is om te komen tot die 80 procent, moeten dan aangeven hoe ze in de verzorgingsstaat willen snijden.’

U acht het onwaarschijnlijk dat die commissie een manier verzint om genoeg mensen aan het werk te krijgen en het ontslagrecht daar helemaal buiten te laten.

‘Zo sta ik erin ja.’

Was u afgelopen najaar verrast door de ramkoers van de PvdA?

‘In mijn memoires zal ik opschrijven wat mij verraste en wat niet. Daar moet ik nou niet over praten. Dat is mogelijk weer olie op het vuur.’

Had u zelf iets anders kunnen doen? U werd te koppig gevonden, dat klonk ook binnen de CDA-fractie.

‘Vanuit welk opzicht ben ík te koppig geweest? Ik heb de uitkomst mogelijk gemaakt. Ik heb gezegd: dan moeten we het nu maar anders proberen. Je kunt toch niet degene die juist heeft geprobeerd álle mogelijkheden te vinden van koppigheid betichten?’

U doet het voorkomen of u alles heel zeker weet. U praat nooit openlijk over waarmee u worstelt, zoals andere politici doen.

‘Je moet daar niet over praten. Ik geloof dat het niet aan ministers is om en public te gaan staan twijfelen. Want voor een deel ben je voor mensen ook een onderdeel van het vertrouwen. Ik moet niet gaan praten van: ‘het zou zo of zo kunnen’. Het ambt van minister stelt gewoon bepaalde eisen en beperkingen, ook in wat je naar buiten toe kunt doen.’

Donner moet na het interview naar een receptie. Het gesprek komt op drank. Het is vastentijd en Donner houdt het dezer dagen daarom bij een Spaatje. Normaal drinkt hij witte wijn. Geen jeneverman dus? ‘Nee! Dát wil ik inderdaad even rechtzetten, want ik heb een kast vol met jeneverflessen. Mensen associëren mij allemaal met jenever. Gewoon wijn. Het beeld dat ik van de jenever ben – ik neem dat altijd maar heel dankbaar aan – dat klopt niet.’

Donner maakt lange dagen, werkt soms tot drie uur ’s nachts door. Of zoals hij zelf zegt: ‘Ik zorg dat ik zó laat naar bed ga, dat ik nergens wakker van lig. Een patente remedie.’ Wanneer hem wordt gevraagd naar zijn motivatie, doet hij daar notoir minnetjes over. Ach, hij wordt nu eenmaal steeds gevraagd. Zo is het niet bedoeld, zegt hij: ‘Mensen zeggen vaak dat het toch wel erg aantrekkelijk en leuk is, minister zijn. Ik zeg dan altijd dat de vraag nooit is: wil ik dit? De vraag is: heb ik goede argumenten om het niet te doen? Dat is de werkelijkheid. Minister zijn is zonder meer boeiend, maar het is zwaar en niet bovenmatig leuk.’

Hij heeft, bezweert hij, heus diepere redenen om in de politiek te zitten. ‘Mijn hele filosofie: een samenleving is niet een samenraapsel van een aantal mensen dat toevallig bij elkaar zit. Mensen zijn niet als individu geschapen, maar aangewezen op anderen. En er is een overheid nodig om dat mogelijk te maken en zonder die overheid gaat het niet goed. We kúnnen het beter doen, we móeten het beter doen, want we zitten met grote problemen als we niks doen. ’

Waarom juist Donner deel moet uitmaken van die overheid? ‘Ik wek kennelijk vertrouwen.’


Ontslagrecht is niet van tafel, zegt minister Donner

28 februari 2008

De versoepeling van het ontslagrecht is niet van tafel. Sterker, het is waarschijnlijk dat die nog deze kabinetsperiode opnieuw aan de orde komt.

Dat zegt CDA-minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vandaag in een interview met deze krant. Coalitiepartners PvdA en ChristenUnie zijn mordicus tegen een versoepeling. Afgelopen najaar leidde het conflict bijna tot de val van het kabinet. Donner haalde bakzeil en het onderwerp werd geparkeerd in een commissie. Maar nu klinkt de CDAbewindsman opnieuw strijdvaardig. Hij zegt dat het onwaarschijnlijk is dat de commissie-Bakker met een advies komt waar versoepeling van het ontslagrecht géén deel van uitmaakt.

Fractievoorzitter Slob van de ChristenUnie zei zaterdag nog dat hij deze kabinetsperiode niet meer over het ontslagrecht wil praten. PvdA-vicefractievoorzitter Hamer noemt het ontslagrecht ‘een gesloten boek’. Maar Donner zegt nu dat hij nog moet zien of die partijen voet bij stuk houden. Hij wijst erop dat de coalitiepartijen hebben vastgelegd dat tachtig procent van de beroepsbevolking aan het werk moet. ‘Als die partijen weigeren, zeggen ze eigenlijk: het kan ons niet schelen wat we hebben afgesproken.’

Met vakbonden en werkgevers wil de CDA-minister dit voorjaar alleen om tafel als ook daar aan bod komt hoe mensen aan het werk worden geholpen. Hij reageert daarmee op kritiek van FNV-voorzitter Jongerius. ‘Het voorjaarsoverleg moet geen platform zijn om tegen elkaar te gaan zitten klagen.’ Het ergert Donner dat Jongerius ‘steeds overal maar roept’ dat zij de versoepeling van het ontslagrecht heeft tegengehouden. ‘Wat zij heeft tegengehouden is 70.000 mensen aan werk helpen. Vakbonden moeten niet dingen tegenhouden, maar dingen tot stand te brengen. Het is onzin dat ik mijn oren laat hangen naar de werkgevers, maar ik zit hier zéker ook niet om de agenda van de bonden af te werken.’


Minister Rouvoet heeft een kinderwens

19 februari 2008

Nederlanders mogen best wat meer baby’s maken, vindt minister voor Jeugd en Gezin André Rouvoet. De leider van de ChristenUnie wil de discussie openen over dit politiek gevoelige onderwerp. Meer kinderen kunnen helpen om de kosten van de vergrijzing op te vangen.

‘In Nederland zijn we over het algemeen vrij terughoudend met bevolkingspolitiek en daar kan ik me wel in vinden’, aldus Rouvoet in een interview met deze krant. Maar volgens de minister dwingen de kosten van de vergrijzing ons land wel tot nadenken. ‘Het is een interessante discussie die we moeten voeren.’

Met zijn pleidooi voor zo’n discussie knaagt Rouvoet aan een Haags taboe. Nederlandse politieke partijen willen over het algemeen niets weten van iets wat ook maar lijkt op bevolkingspolitiek. Oppositiepartijen en regeringspartijen reageren dan ook zeer terughoudend.

‘We bemoeien ons als overheid soms al tot achter de voordeur met kinderen’, zegt Kamerlid Anja Timmer van regeringspartij PvdA. ‘Tot in de bedstee gaat drie stappen te ver.’

Nederlandse vrouwen krijgen gemiddeld 1,7 kinderen. Om de vergrijzingskosten op te vangen is volgens Rouvoet, vader van vijf, een geboortecijfer van 2,1 ideaal. ‘Dat is het cijfer waar Europees van wordt uitgegaan.’

PvdA’er Timmer is niet overtuigd. ‘Met de kosten voor de vergrijzing valt het nogal mee. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de stijging van de kosten voor de gezondheidszorg, dan komt slechts een klein deel door de vergrijzing.’

SP-Kamerlid Marianne Langkamp wenst Rouvoet ‘veel succes’, maar op de steun van haar partij hoeft hij absoluut niet te rekenen. ‘Dat hele verhaal over de kosten van de vergrijzing vinden wij onzin. En bevolkingspolitiek vinden wij dus zeker niet nodig.’

Toch vraagt ook de socialiste zich af waarom vrouwen in Nederland relatief weinig kinderen krijgen. ‘Je hoort steeds meer dat vrouwen het krijgen van kinderen uitstellen’, zegt Langkamp. ‘Omdat ze het te druk hebben of het niet kunnen combineren met een baan.’ Over het wegnemen van die belemmeringen wil ze best praten. ‘We moeten potentiële ouders maximaal in staat stellen om, als ze dat zelf willen, kinderen te krijgen.’

PvdA en ook CDA zijn het daar van harte mee eens. ‘Maar we moeten het geboortecijfer niet koppelen aan de discussie over de vergrijzing’, waarschuwt CDA-Kamerlid Coskun Çörüz. ‘De keuze voor kinderen moet komen uit liefde en alleen daaruit. Kinderen als een oudedagvoorziening, of iets wat daar op lijkt, dat moeten we absoluut niet willen.’

Zie ook het interview met minister Rouvoet


Wen nu maar eens aan een christen

19 februari 2008

Een jaar nadat ChristenUnie-leider André Rouvoet vicepremier werd, komt pornofilm ‘Deep Throat’ op tv. Is het toeval?

Marcia Nieuwenhuis

Dirk Jacob Nieuwboer

DEN HAAG

Dertien jaar zat André Rouvoet (46) in de Tweede Kamer en werden bijna al zijn plannen weggewuifd. Toen kwam hij opeens in de regering. Hij werd zelfs de winnaar van de formatie genoemd, koesterde zijn successen. Een generaal pardon voor asielzoekers, voor het eerst een minister voor Jeugd en Gezin en zelfs een breuk(je) in het abortusbeleid.

rouvoet.jpgMaar al snel barstte de kritiek los. Bakken vol kreeg Rouvoet over zich heen. Zoveel dat hij er nu nog steeds verbaasd over is. ‘Iedere politicus wil toch een meerderheid krijgen voor zijn ideeën? Waarom zouden christenen niet mogen wat anderen wel mogen?’

Nou, omdat de vrees bestaat dat u uw eigen normen en waarden wil opleggen aan anderen? Daar zit niet iedereen op te wachten.

‘Een heerlijke discussie is dat toch. Ik vraag me af waarom mensen daar niet bang voor zijn als een VVD’er roept dat je hoofddoekjes of boerka’s moet verbieden. Dan leg je toch je eigen normen en waarden op? Of vergis ik me daarin? Politici streven ernaar het beleid te beïnvloeden, vanuit hun visie op de samenleving. Dat is de essentie van democratie. Voor een christenpoliticus is dat niet anders dan voor een liberaal of een sociaaldemocraat.’

Waarom wordt er dan juist zo geprikkeld op u gereageerd?

‘Dat is heel curieus. We zijn een kleine partij en zaten tot vorig jaar niet in de regering, maar vreemd genoeg is er altijd angst dat wij onze normen en waarden op willen leggen aan de rest van de samenleving. Als de ChristenUnie de meerderheid zou hebben, dan blijven de grondrechten zoals ze zijn. Zou er iets veranderen? Ja, natuurlijk. Maar we zouden het ook echt wel merken als de SP, de VVD of de PVV de meerderheid krijgt.’

‘Ik moet er niet aan denken dat die partijen een meerderheid krijgen, dat zou onvrijheid voor grote delen van de bevolking betekenen. Het gekke is alleen dat er bij een uitgesproken christelijke partij als de ChristenUnie altijd een probleem van wordt gemaakt.’

Rouvoet maakte het zichzelf ook bepaald niet gemakkelijk. Per se wilde hij minister voor Jeugd en Gezin worden. Een lang gekoesterde wens van zijn partij kwam in vervulling. Maar als eerste gezinsminister moet Rouvoet ook pionieren, uitvinden wat zo’n minister eigenlijk doet.

De vicepremier is er zelf ook nog niet helemaal uit. We proberen hem zijn visie op het Nederlandse gezin te ontlokken, maar op veel vragen antwoordt hij dat hij ‘nog inventariseert’, ‘nadenkt over specifieke instrumenten’ en ‘zoekt naar aanknopingspunten voor beleid’.

En eerst wil hij nog veel meer praten met jongeren zelf.

‘In de grote steden zorgen met name Marokkanen voor problemen, daarom wil ik eerst hun jeugdcultuur leren kennen. Ik wil weten wie hun helden zijn, hun leefpatroon, pas dan kun je ook zinnig beleid bedenken. En dat wil ik ook weten van de jeugd in Barneveld en Staphorst. Daar heb ik te maken met reformatorische jongeren die zich te buiten gaan in zuipketen. Die keten zitten vol met gewone Hollandse jongens.’

Grote onbeantwoorde vraag is: waar mag hij zich mee bemoeien en waarmee juist niet? Als Rouvoet te weinig doet, krijgt hij kritiek dat hij niet slagvaardig is. Als hij te veel doet, klinkt het: waar bemoeit die moraalridder zich eigenlijk mee?

Afgelopen zomer kreeg de christelijke voorman een storm van kritiek over zich heen toen hij bekendmaakte dat hij van álle kinderen tot vier jaar een risicoanalyse wilde maken, die zou worden opgenomen in het inmiddels beruchte Elektronisch Kinddossier. Daarin zouden niet alleen gegevens over het kind zelf, maar ook over de ouders moeten komen.

Hij noemde risico’s als langdurig werkloos zijn, eenoudergezinnen, inkomensproblemen en drankmisbruik. De maatregelen zouden nodig zijn om in de toekomst drama’s als met het Maasmeisje te voorkomen, maar roepen ook de vraag op of de overheid niet te veel wil weten en niet veel hooi op haar vork neemt.

De jeugdzorg piept en kraakt toch al. Wilt u niet te veel?

‘Als het gaat om kindermishandeling, kun je niet ambitieus genoeg zijn. Ik kan slapeloze nachten hebben van de cijfers. We dachten altijd dat er per jaar ongeveer vijftigduizend gevallen waren. Dat blijken er véél meer: 107.000 tot 160.000. Als je eigen huis niet meer veilig is, dan is er echt wat mis in dit land. Dat is voor minstens driehonderd kinderen per dag het geval. Daar ga ik niet in berusten. Maar als je me vraagt: als ik als minister weg ben, is er dan geen kindermishandeling meer? Ik wou dat het waar was, maar niemand kan dat waarmaken. We zien dat de overheidsarm ook maar weer beperkt is.’

Maar ondertussen rekt u wel de grenzen op. U wilt achter de voordeur. Waar ligt uw grens?

‘Wat de overheid moet doen, is ten diepste altijd ongerechtigheid tegengaan, dat staat ook voor mij als christenpoliticus centraal. De overheid is er om de publieke gerechtigheid te dienen. Dat betekent: kindermishandeling tegengegaan met álle instrumenten die we hebben.’

‘Natuurlijk heeft Rouvoet niks achter de voordeur te zoeken. Opvoeden is een zaak van de ouders zelf. Tenzij het kind in gevaar komt. Dan heeft de overheid niet alleen het recht maar ook de plicht om in te grijpen. Als het kind het slachtoffer dreigt te worden, ja, dan grijpen we in, hoe eerder, hoe liever.’

‘Het beeld bestaat misschien dat ik graag wil ingrijpen, maar ik hou juist de boot wat af. De Kamer vraagt juist om meer verplichte opvoedingsondersteuning. Ik ben daar behoorlijk gereserveerd in. Ik wil een principieel debat over wanneer er mag worden ingegrepen door de overheid.’

‘De problematiek in de grote steden is reëel. Maar ik pieker er niet over om burgemeesters zomaar de bevoegdheid te geven om kinderen onder toezicht te plaatsen. Daar kan alleen de rechter over beslissen.’

Houdt u de boot af om niet als moraalridder te worden bestempeld?

‘Nee, ik kan wel lachen om sommige cartoons, zoals die waarin ouders naar hun kinderen roepen: ‘Is het nou stil of moet ik Rouvoet roepen?’ Maar het heeft weinig met de werkelijkheid te maken. Je leest soms de grootst mogelijke onzin. Over het Elektronisch Kinddossier bestaat het schrikbeeld dat de overheid vanaf de geboorte alle informatie beschikbaar stelt aan de minister himself. Onzin natuurlijk, alleen die hulpverleners die de informatie echt nodig hebben, kunnen erbij. Maar dat schrikbeeld is wijdverspreid. Zelfs Eerste Kamerleden denken dat dit gaat gebeuren. Volstrekte flauwekul!’

Rouvoet, zegt hij zelf, is niet iemand die zich laat leiden door ergernissen. Maar hij ergert zich wel. Aan de hardnekkige beelden, de foute beelden. Aan de clichés, die veel te gemakkelijk worden overgenomen.

Maar, vragen we, heeft de Chris-tenUnie het misschien ook een beetje aan zichzelf te danken? Het is toch gewoon zo dat de partij vaak een mening heeft over bijvoorbeeld programma’s of films. Andere partijen zwijgen, de ChristenUnie heeft zijn morele oordeel al klaar.

Laatst nog wilde u onderzoeken of de uitzending van Deep Throat kon worden verboden. Dan kunt u toch reactie verwachten?

‘Nou doen jullie het ook!’ Rouvoet slaakt een diepe zucht. ‘Ik verbaas me erover dat verkeerde berichten zomaar worden overgenomen. Het is zo gemakzuchtig. Soms amusant, veel vaker ronduit ergerlijk dat de grootst mogelijk onzin wordt nagepraat. Waar hebben jullie me horen zeggen dat ik die film zou willen verbieden? Eén journalist maakt het ervan en alle andere journalisten nemen het over. Ik heb het woord verbod nooit in de mond genomen.’

Maar u deed wel een moreel appel om de film niet uit te zenden.

‘Er is mij gevraagd: doet u wel een moreel appel? Toen heb ik gezegd: het is altijd goed om mensen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te wijzen. Dat doet Wouter Bos toch ook met de topinkomens? Is dat gek? Natuurlijk niet. Plasterk zei nog voordat De Grote Donorshow vorig jaar werd uitgezonden dat hij de opzet onethisch en ongepast vond. Heb ik daar toen moeilijk over gedaan? Zeker niet. Je mag toch een mening hebben? Natuurlijk hebben wij onze opvattingen, maar bij de media zit ook zoiets van: nou, dat is leuk om hem eens over te vragen. Ik zoek zelf dit soort incidenten niet op. De samenleving reageert kennelijk anders op kritiek van christenpolitici. Als geloof een rol speelt, dan merk ik irritatie bij mensen.’

Hoe komt dat?

‘Ik denk dat het te maken heeft met verlegenheid met religie. Blijkbaar hebben sommige mensen daar moeite mee. Ik vind het merkwaardig dat religie in het publieke debat geen rol mag spelen. Waarom zou je wel vanuit humanistische overtuiging politiek mogen bedrijven en niet vanuit een christelijke? Ook in het islamdebat wordt religie geproblematiseerd. Dat staat me geweldig tegen. Bepaalde onderdelen zorgen voor probleem, maar DE islam is niet HET probleem. Ik zou willen dat we die verlegenheid eens voorbij waren.’

Moet dat de meerwaarde zijn van de ChristenUnie in de regering? De acceptatie van religie in de politiek?

‘Ik zie het als een volgende ontwikkeling van onze democratie. Dat het heel gewoon is dat je ook vanuit een uitgesproken christelijke levensovertuiging heel goed een land kunt regeren. Het is aan ons om dat te bewijzen. Dat zie je ook. Vorig jaar was het land te klein toen het ernaar uitzag dat we in de regering zouden komen, nu is het al veel meer geaccepteerd. Af en toe duiken er incidenten op en zie je dat het gewenningsproces nog niet helemaal is afgerond. Maar dan denk ik: dat komt nog wel.’

Als het aan de minister voor Jeugd en Gezin André Rouvoet ligt, mogen we in Nederland met z’n allen wel wat meer baby’s maken. ‘In Nederland zijn we over het algemeen vrij terughoudend met bevolkingspolitiek en daar kan ik me wel in vinden’, zegt de ChristenUnie-leider. Maar, met het oog op de kosten van de vergrijzing is het wel een ‘interessante discussie die we moeten gaan voeren’. Het Nederlandse geboortecijfer is niet slecht met 1,7 per kind, maar het ideaal voor het opvangen van de vergrijzing is 2,1. Rouvoet wil zich daarom verdiepen in Scandinavische landen waar de kinderopvang beter is geregeld. Vrouwen werken daar meer, maar krijgen ook meer kinderen. Rouvoet: ‘Je zou denken: als de opvang niet goed is geregeld, blijven vrouwen thuis en krijgen ze ook gemakkelijker kinderen. Zo eenvoudig blijkt het niet te werken.’ Zelf is hij vader van vijf kinderen. Moeten we zijn voorbeeld volgen? ‘Nee, natuurlijk niet, dat zou heel raar zijn. Als er nou iets een persoonlijke beslissing is, dan is dat het wel.


VVD: The Musical

15 februari 2008

vvdverlindehoes.jpg

Nu in het theater: VVD: The Muscial. Het verhaal? Twee eigenwijze dandy’s zetten alles op alles om een politieke partij van de ondergang te redden. In de hoofdrol Onno Hoes (gedeputeerde uit Brabant) als kandidaat-voorzitter van de VVD. Met raad en daad wordt hij bijgestaan door zijn man AlbertVerlinde (presentator RTL Boulevard). Het kijkcijferkanon van de commerciëlen, niet weg te denken uit de wereld van glitter en glamour, vertolkt zijn bijrol met glans. Hoes, de underdog in het verhaal, neemt het geestig, energiek en rap van tong op tegen een kandidaat van het establishment. Gaat usual suspect Ivo Opstelten (burgemeester Rotterdam) het onderspit delven? Of trekt Rita Verdonk uiteindelijk aan het langste eind? ‘Dat Opstelten is gevraagd door de partijtop wil niet zeggen dat hij daarmee ook de steun krijgt van de basis’, verklaart underdog Hoes strijdlustig. ‘Ik had kunnen denken: na mij de zondvloed. Maar dan is ervan de partij niets meer over. Dus steek ik mijn nek uit.’

Marcia Nieuwenhuis
DEN BOSCH

Het is half negen ’s ochtends in het provinciehuis in Den Bosch. In een donkerblauw pak, moderne snit, met een verse matching stropdas komt gedeputeerde Onno Hoes monter zijn kamer uitgewandeld voor een openhartig gesprek met De Pers. De kandidaat-voorzitter van de VVD heeft er zin in. Het is vroeg, maar dat lijkt de enthousiaste liberaal niet te deren. Hoe het met hem is? ‘Ineens bedacht ik dat ik maar eens voorzitter van de VVD moest worden. Dan staat je leven wel even op z’n kop.’

Hij lacht erbij, maar doordrongen van het nut en de noodzaak om zijn partij te redden is hij zeker. Op de avond dat Rita Verdonk in september vorig jaar uit de partij werd gezet kreeg hij de geest. ‘Ik zat bij mijn ouders thuis aan de koffie. Mijn vader zei, met tranen in zijn ogen: ‘Jongen, wat gebeurt hier nou? Is dit nou de partij waar wij al die jaren bij betrokken zijn?’ Je moet weten, mijn vader, nu 83 jaar, was jarenlang voorzitter van de Brabantse VVD-centrale en mijn moeder, die nu 80 is, was raadslid in Den Bosch. Dus ik ben echt in een VVD-nest opgegroeid. Daar zat ik bij mijn ouders op de bank. Verwend op het provinciehuis, mooi gedeputeerde te zijn. Toen viel er bij mij een jackpot aan kwartjes, wel honderd tegelijk. Ik dacht: dit kan niet de bedoeling zijn.’

‘Ik ben al vanaf mijn 21e lid van de VVD. Natuurlijk maak je dan toppen en dalen mee, maar de neergaande spiraal begon nu wel erg groteske vormen aan te nemen. In de peiling staan we op dertien zetels. Ik vraag me af of we ooit zó laag hebben gestaan. Prominenten zeggen: ‘Het komt wel goed’. Maar ik heb het gevoel dat de val nog niet is gestopt. Ik keek om me heen. Wie doet er iets? Maar niemand ondernam actie. Toen dacht ik: dan moet ik het zelf maar doen.’

Liet u bij ons paps en mams op de bank zelf ook een traan?

‘Dat niet, maar als het mooier is voor uw verhaal, dan wel hoor.’ Hoes lacht luid.

Houdt u, net als uw partner Albert Verlinde, ook zo van theater?

De lach van Hoes schalt nog harder door zijn kamer in het Brabantse provinciehuis. ‘De heer O. Hoes te Vught, wonende in het Brabantse Cromvoirt, stelt zich kandidaat. Ik heb dat niet afgekaart met partijbonzen en Kamercentrales. Je wordt niet gevraagd. Je doet het zelf, dát is liberalisme.’

Onno Hoes, die zijn bekendheid in den lande toch vooral te danken heeft aan de showbizz-avonturen van zijn man Albert Verlinde, is de relatieve onbekende in de strijd om het voorzitterschap van de VVD. De veel bekendere tegenkandidaat Ivo Opstelten, nog even burgemeester van Rotterdam, werd amper een dag later door de partij naar voren geschoven. Opstelten wilde zich kandidaat stellen, maar alleen als hij ‘gevraagd zou worden’.

Was dat theater voor de bühne?

‘Ik kan hem moeilijk karakteriseren’, antwoordt Onno Hoes. ‘Maar ik ben een enorme knokker en pik wel signalen op. Als ik iets zeg over de beginselen, dan krijg ik meteen de hele partijtop over me heen. Ja mens, kom op zeg! Waar zijn we mee bezig!? Mag je dan niet eens meer een beetje discussie hebben binnen de partij? Of zijn het de ereleden – zo treffend geportretteerd op de winnende foto van de Zilveren Camera – die ons steeds de weg moeten wijzen? De ereleden zijn prominent geworden, omdat zij de VVD trachten te redden. Eigenlijk moet het zó ver komen, dat we die ereleden daarvoor helemaal niet meer nodig hebben.’

Waarom bent u de man die de VVD gaat redden?

‘Omdat ik in Brabant heb bewezen dat ik mensen enthousiast kan maken. In de Provinciale Staten-campagne heb ik laten zien dat ik enthousiast genoeg ben om de VVD-karavaan te trekken. Waar anderen ervoor kozen om vooral naar grote steden te gaan, heb ik in twee maanden bijna álle gemeenten bezocht. Kleine gemeenten als Cranendonck, waar de bewoners kampen met een rondweg vlakbij de basisschool van hun kinderen. Ik wil de mensen duidelijk maken dat daar in elk geval iets aan gedaan wordt, als ze VVD gaan stemmen. Mensen moeten weer trots op hun partij worden. Dat is iets wat ik landelijk mis. De partijtop moet echt nadrukkelijk het land in. Niet die zaaltjes waar – als je geluk hebt – één jongere zit en verder mannen, die zeggen: hé goh, hoe is het, ik heb je vader nog gekend. Dat type. Je moet weten wat er gebeurt in de samenleving. Vanavond ga ik met minstens tweehonderd man praten over een milieuvergunning voor een mengvoerderfabriek die geuroverlast veroorzaakt. Dat zijn de meest fantastische avonden, ontzettend spannend. Het is bijna een spel, en dan bepaal ik hoe we het spelen. Ik weet nu al hoe het afloopt. Vanavond gaat iedereen naar huis met het idee: ik heb misschien niet het onderste uit de kan gehaald, maar met deze oplossing kan ik wel leven.’

Hoe gaat u dat landelijk doen?

‘Landelijk is de VVD ook gespleten. Probleem is dat de rechtsere VVD’er zich sinds het vertrek van Bolkestein niet meer herkent in de partij. Vergelijk het met de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Daar heb je van oudsher ook een scherpe scheiding tussen democraten en republikeinen. Maar na de speech van Barack Obama van afgelopen week zeiden zelfs republikeinen: het is niet onze man, maar ik heb wel het idee dat hij de brug kan slaan.’

Bent u jaloers op de Amerikaanse presidentsverkiezingen?

‘Ik vind het spannend om te zien hoe de democratie hoogtij viert. Heb je gezien hoe hij van de week vanaf een trap het publiek in kwam. Dat is nog eens campagne voeren! Ik ben jaloers op de energie die hij daar los weet te maken. Dat is wat ik in Nederland mis. Pim Fortuyn kon het een beetje, maar ik miste empathie bij hem. Hij straalde – in tegenstelling tot Hans Wiegel – geen warmte uit. Wiegel wist mensen in hun hart te raken.’

Aan welke kant van de VVD zit u?

‘Er zijn mensen die mij plaatsen in de rechts-liberale hoek. Het klopt ook wel dat ik helder probeer te zeggen wat ik vind. Ik denk altijd aan de luisteraar. Mensen moeten het gevoel hebben dat ze gehoord worden. Van de week nog belde ik ter voorbereiding van vanavond met een van de betrokkenen. Meteen viel de beste man stil. Hij denkt: oeps, de gedeputeerde belt zelf. Ik heb een tijd met hem gepraat. Ik heb die man meteen voor me gewonnen, dat weet ik nu al. Maar vraag mij niet hoe de laatste milieuwetgeving in elkaar zit, daar heb ik mijn ambtenaren voor. Ik ben de bruggenbouwer.’

U bent bruggenbouwer? Kan Rita ooit nog terugkomen?

‘Mogelijk, maar ik denk niet op de korte of middellange termijn. Tegen Wilders moet je je niet meer afzetten, die is zó extreem bezig. Maar met Rita blijft het mogelijk om de brug te slaan. Alleen de wonden zijn wel heel diep. Bij de leden kunnen we dat nog wel voor elkaar krijgen. Maar aan de top is er een heel diep wantrouwen. We moeten erkennen dat er naast de VVD nog een andere partij is in het liberale spectrum, net als Alexander Pechtold van D66. Alleen de VVD’ers, dat zijn de échte liberalen. Ik ben ervoor om een alliantie te vormen met de zelfstandige fracties. Bij stemmingen in de Kamer kun je dan bijvoorbeeld afspreken dat je gezamenlijk ergens op inzet. De relatie met Rita moet geneutraliseerd worden.’

Hoe vindt u dat de VVD nu met haar omgaat?

‘Omdat Rita hard bezig is met het opbouwen van haar beweging, is het redelijk stil. Dan doe je het al snel goed. De individuele fractieleden knokken ook heel hard. Alleen zolang de VVD geen overwinningsgevoel uitstraalt, is het enorm moeilijk om voor de camera te verschijnen.’

Heeft u als het gaat om de media veel van uw partner geleerd?

‘Het vertalen van moeilijke dingen in hapklare brokken, heb ik deels van Albert geleerd. Hij heeft er ook voor gezorgd dat ik altijd met twee benen op de grond ben blijven staan. Van de week stond ik op een verjaardag iemand dat verhaal te vertellen over die stinkende mengvoerderfabriek. Dan zie ik Albert kijken: goh wat weet die man toch veel. Onno heeft twee lagen. De ene laag is de bestuurder, de andere laag is de publieke figuur, die hij natuurlijk veel beter kent. Je moet je werk ook van je afpraten, dus dat bespreek ik wel eens met hem. Anders kun je toch niet slapen. Ik zie het aan z’n blik, dan kijkt hij zo van: dit gaat compleet langs me heen. Ik praat veel – dat merk je wel – maar hij ook. Dus we moeten in heel korte tijd heel veel aan elkaar kunnen vertellen.’

In 2003 betitelde het blad Elsevier Albert Verlinde en Onno Hoes als een van de ‘sterke stellen’ die Nederland rijk is. ‘Dat we heel veel van elkaar houden, dat maakt ons een sterk stel. Als Albert nu hier binnen komt, ben je weer verliefd op elkaar.’ Maar een verrassing met Valentijn, daar doet het stel niet aan. ‘Valentijn is toch eigenlijk voor geheime liefdes…?’ vraagt hij beschroomd. ‘Dat vieren wij al jaren niet meer. Bij ons is er niets geheims aan. Die keus hebben we al vrij snel gemaakt. Een half jaar nadat we een relatie kregen, ging Albert Showtime presenteren met Paulien Huizinga. RTL vroeg hem : hoe gaan we je positioneren, met of zonder partner? Zonder zou beter zijn, dan konden de mannen zich aangetrokken voelen tot haar en de vrouwen tot hem. Toen heeft Albert gezegd: daar beginnen we niet aan. In het begin moest ik er wel heel erg aan wennen dat alles bekend werd. Kwam ik ’s ochtends hier, zegt de portier: ‘Goh, wat leuk dat je bij de première was gisteren.’ Ik dacht: hoe kan hij dat nou weten? Bleek dat Albert dat al bij Edwin Evers op de radio had verteld. Albert trekt al twaalf jaar elke avond meer dan een miljoen kijkers, dus iedereen kent hem. Dat gebeurde mij voor het eerst in 2001 toen ik op de kieslijst stond voor de VVD, via een foto van me in de Gay Krant.’

Jullie zijn getrouwd in 2001, nog geen last van de ‘seven year itch’?

‘We hebben het er wel eens over gehad, maar wij kunnen helemaal geen ruzie maken. Binnen een half uurtje geef je mekaar toch weer een kus of zet je een kopje koffie voor elkaar. Daarbij waren we al negen jaar samen toen we trouwden.’

Jullie hadden adoptieplannen, zijn die definitief van de baan?

‘We hadden een énorme kinderwens. We zijn er twee jaar mee bezig geweest voordat we toestemming kregen. Daar gaan heel veel gesprekken met de Raad voor de Kinderbescherming aan vooraf. Zo vroeg een vrouw eens aan ons of we ons kind zouden laten dopen. Albert zegt: ‘Ja, natuurlijk.’ Ik: ‘Nou, ik dacht het niet!’ Albert is katholiek en ik jood, daar begon de discussie. Maar uiteindelijk hebben we de keus niet mogen maken. We kregen toestemming om twee kinderen te adopteren, maar de procedure duurde zó lang. Daar komt bij dat er maar maximaal veertig jaar mag zitten tussen de ouders en het kind, dus we zouden nu een kind van zes kunnen adopteren. Zo’n kind heeft al een heel leven achter zich. Het was heel zwaar, maar daarom hebben we besloten het niet te doen.’

U hebt gezegd dat u dan de eerste donkere kinderen naar Cromvoirt zou hebben gehaald.

‘Daar hebben wij het ook over gehad. Het maakt ons helemaal niets uit, maar van de kinderen die je kunt adopteren is 95 procent donker. Als je twee vaders hebt, snappen de kinderen sowieso dat ze geadopteerd zijn. Maar in een dorp van achthonderd blanke inwoners moet je je realiseren dat het – stel nou dat ze echt héél zwart zouden zijn – heel confronterend kan zijn. Sommige kinderen hebben nog nooit een allochtoon gezien. Niet dat ik bang voor discriminatie ben. Albert heeft nu een paar donkere acteurs in de musical Fameen dat is echt een verademing. Als ik VVD-voorzitter word, moet het hoofdbestuur ook een afspiegeling worden van de samenleving. Niet allemaal ‘excuusallochtonen’, maar mensen uit allerlei geledingen van de samenleving.’

U vindt dat we de verkleuring van de maatschappij als ‘een uitdaging’ moeten zien en dat er veel moet veranderen. Waar denkt u aan?

‘Ik vind het jammer dat wij de problemen benadrukken. Dat je selectief bent in de mensen die je binnenhaalt, daar sta ik driehonderd procent achter. De mensen die er zijn moet je begeleiden om zelfstandig burger te worden. Een boerka? Dat zijn dingen die we gewoon niet doen, nergens in de openbare ruimte. Wij zijn een liberaal land. Laten we dat zo houden.’

De eerste aanvaring met VVD-fractievoorzitter Mark Rutte heeft hij al achter de rug. ‘Ik vind het nog steeds on-be-grij-pe-lijk dat hij de beginselen van de partij wil herschrijven.’ Of hij daarna nog met Rutte gesproken heeft? ‘Heel kort. Hij wou me uitleggen waarom het zo nodig was. Maar ik zie nog steeds geen enkele reden om daar aan te beginnen.’

Of Onno Hoes ook een politiek voorbeeld heeft? Haya van Someren. De vrouw die in haar functie van VVD-voorzitter samen met Hans Wiegel en Harm van Riel, alias ‘de drie H’s’, jarenlang gezichtsbepalend was voor de koers van de VVD. Tijdens haar voorzitterschap tussen 1969 en 1975 groeide het ledental van de VVD van dertigduizend tot tachtigduizend. ‘Ik zou het willen doen zoals Haya het deed. Zij de partij en Wiegel de politieke lijn. Haya trok echt het land in, Dat zal, als ik gekozen word, vanaf 23 mei ook mijn taak als voorzitter zijn.’

Albert zei: ‘We zijn gewend om veel hooi op onze vork te nemen’. Neemt u wel eens té veel hooi op uw vork?

‘We kunnen bergen verzetten. Ik heb gisteren nog een uur met mijn personal trainer aan de gewichten gehangen. Hij zegt: ‘Het is nu wel extra zwaar zeker?’ Maar als ik dat níet doe, dan trek ik het niet meer. Ik wil niet als een bezadigde oude heer door het leven gaan. Ik vind het belangrijk dat je energie uitstraalt en ik moet Albert ook te vriend houden, komende zomer met mijn six-pack langs de zwembadrand.’


Nederland is klaar voor een vrouw als premier

5 februari 2008

Een homo mag ook. Maar een jood, een moslim of een ex-harddrugsgebruiker gaat voorlopig nog te ver.

Al sinds 1848 wordt Nederland bestierd door blanke mannen. Stuk voor stuk hebben ze een christelijke achtergrond. Netjes getrouwd, een braaf uiterlijk en ze zijn allemaal ergens in de veertig of ouder.

Waar de verkiezingsstrijd in de Verenigde Staten gaat tussen een vrouw, een zwarte man en een 70-plusser, zijn het op ons politieke podium Balkenende, Bos, Rouvoet, Wilders, Rutte en Marijnissen.

Vrouw of homo

Dat gaat veranderen. Negen van de tien deelnemers aan het onderzoek van De Pers en EénVandaag vindt het geen enkel probleem als de Nederlandse premier een vrouw is. Slechts 3 procent is faliekant tegen deze première. Ook tegen een homo als premier bestaat weinig bezwaar: slechts 13 procent wil geen homo.

De tolerantie tegen anders-gelovigen is een stuk kleiner. Slechts de helft van de ondervraagden vindt het acceptabel als de premier van Nederland joods is. Minder dan eenderde ziet een moslim zitten.

Vrouwen zijn toleranter dan mannen. Jongeren accepteren weer meer dan ouderen: van de tieners vinden vier van de vijf een premier van Surinaamse afkomst normaal, onder de 65-plussers is dat maar een kwart.

Surinaamse achtergrond
Van de vier grote etnische groepen zou een premier met een Surinaamse achtergrond de meeste kans maken. Een Antilliaan (door 43 procent geaccepteerd), een Turk (33 procent) of een Marokkaan (31 procent) zien de deelnemers voorlopig liever niet op het bordes naast de koningin.

Op de vraag of we een voormalige gebruiker van harddrugs aan het roer zouden willen hebben, zegt slechts 26 procent dit acceptabel te vinden.

In afnemende volgorde is er verder vooral onder jongeren draagvlak voor een Jood, een Surinamer, Antiliaan, Turk, Marokkaan of moslim. Misschien zelfs voor iemand die ooit harddrugs gebruikte.

Ouderen
Maar waar we collectief van gruwen (72 procent), is een premier van boven de zeventig. De 71-jarige Amerikaanse Republikein John McCain zou in Nederland vanwege zijn leeftijd geen enkele kans maken. Opmerkelijk. Ons staatshoofd is al decennialang een vrouw. En sinds kort nog 70-plus ook.


Interview minister Eurlings: De files oplossen is gratuite uitspraak

3 december 2007

De jongste telg van het kabinet moet Nederland genezen van het verkeersinfarct. De CDA-wonderboy over de kilometerheffing, het drukste spoornet ter wereld en het gebrek aan pils in de ministerraad.

Even voorbij een schaalmodel van de door astronaut Wubbo Ockels ontwikkelde superbus, zetelt de minister van Verkeer en Waterstaat. Na een aantal vrouwen van middelbare leeftijd, werd deze Limburgse dertiger gevraagd. Het kost hem ‘zeker tachtig uur’ per week. Maar het is een ‘prachtjob’, of zoals hij in zijn onvervalst Limburgs zegt: ‘Proagsjob’.

‘Wij hebben op momenten veel lol in de ministerraad’, benadrukt hij tegen de geruchten in. ‘Er moet gewerkt worden, maar er is een prima verstandhouding tussen de mensen aan tafel. Dat is nodig ook, je zit zoveel uur met elkaar in de Trêveszaal.’

Pils

De meeste grappen maakt hij met Ronald Plasterk van Onderwijs. ‘Op een gegeven moment werd het wat laat en zegt hij: Camiel, heb je ook zo’n zin in een pils? Ik zeg: je haalt me de woorden uit de mond. Maar dat schijnt niet te regelen te zijn. Wat dat betreft zullen we het niet van de Trêveszaal moeten hebben.’

Morgen treedt Eurlings aan om de begroting van zijn ministerie in de Tweede Kamer te behandelen. De invoering van de omstreden kilometerheffing staat centraal. Het kabinet wil in 2011 een kilometerheffing voor vrachtwagens invoeren. Een jaar later zijn personenauto’s aan de beurt. In 2016 moet het nieuwe systeem gaan gelden voor het hele Nederlandse wegennet. ‘Het landelijke systeem dat wij willen is uniek in de wereld. Als je veel rijdt, ga je meer betalen. Als je buiten de spits rijdt, ga je erop vooruit. Zit je continu in de spits, dan betaal je meer. Het heeft grote effecten op de files’, voorspelt Eurlings.

Een groot infrastructuur- én ICT-project ineen, wil hij daar zijn politieke lot wel aan verbinden? De anders zo spraakzame Eurlings valt even stil. ‘Ik wil erop afgerekend worden dat we het echt gaan doen. Maar ik heb de Kamer wel gezegd: onderschat de technische risico’s niet. Het is heel spannend.’

Kroonprins

Is het een slimme zet van het CDA om zijn enige kroonprins juist op het afbreukgevoelig Verkeer en Waterstaat te zetten? ‘Ik geloof niet dat dat een rol heeft gespeeld’, betoogt Eurlings. ‘Maar moet politiek carrièreplanning zijn? Ik kijk niet verder vooruit dan drie jaar. Dat is voor mij de manier om puur te blijven. Ik zet me af tegen politiek als carrièreplanning. Gekscherend voegt hij toe: als je koning wilt worden, laat je dan vooral geen kroonprins noemen.’

Oké dan, of hij het volgende rijtje even af wil maken. ‘Jongste raadslid, jongste Kamerlid, jongste minister, jongste…’ Eurlings lacht en er valt een stilte… ‘Jongste filebestrijder. Als ze mij zo over drie jaar zien, dan ben ik geslaagd. De files oplossen, dat zou echt een belachelijke en gratuite uitspraak zijn. Maar de gelatenheid dat wij er toch niets aan kunnen doen, daar leg ik me niet bij neer.’

Dat Eurlings bakens wil verzetten op het spoor, viel ook de ambtenaren van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid op. Zijn ambitie om jaarlijks vijf procent extra reizigers met de trein te laten gaan klinkt stellig. Maar zelfs zijn eigen ambtenaren betwijfelen of dat haalbaar is. Bladerend door zijn papieren benadrukt hij dat het wetenschappelijk instituut alleen de groei van het aantal reizigers wat minder hoog had ingeschat. ‘Natuurlijk hebben we daarover gesproken. Het KiM geeft aan dat het aantal treinreizigers niet groeit bij ongewijzigd beleid. Maar wij hebben juist gewijzigd beleid.’

Denkt Eurlings nou werkelijk dat hij met een ‘treintraining’ ouderen die al jaren gewend zijn aan autorijden, alsnog de trein in krijgt? ‘Het klinkt banaal, dat geef ik toe. Ik heb er zelf ook echt vraagtekens bij gezet, maar het is een manier waarop je de trein weer in beeld brengt. Voor veel ouderen is de trein nu een ver-van-mijn-bedshow.’

‘Maar vergeet niet, Nederland is het land met het drukst bereden spoornet van de hele wereld en we zitten in de top-3 qua punctualiteit, wereldwijd hè. Dat is gigantisch. De treinen zitten stampvol.’

Rek

En toch kunnen er volgens de CDA-bewindsman nog wel wat treinen bij. ‘We moeten kijken hoeveel rek er nog in zit. Maar kijk je over deze regeerperiode heen, dan zul je nu moeten besluiten mega-investeringen te doen. Tot nu toe was het beeld dat het spoor af is, maar dat is niet zo.’ Voor het eerst sinds jaren, benadrukt Eurlings, wil het kabinet investeren in de capaciteit van het spoor. ‘Anders loopt het helemaal-helemaal vast.’

Daarbij wil Eurlings afrekenen met het beeld dat NS en Prorail ‘oorlog op het spoor’ voeren en elkaar bij storingen de zwartepiet toeschuiven. ‘Het wordt één aanpak, dat is de enige manier waarop we resultaat kunnen behalen. De NS investeert gigantisch in nieuwe treinen. Nog voor het eind van het jaar komen er honderd nieuwe treinstellen bij. De Rotterdamse haven heeft mij al gezegd dat er dit jaar weer dertien procent meer containers komen, waarvan veel over het spoor gaan. Dat botst steeds meer met onze ambitie voor de groei van het personenvervoer. Wij nemen nog dit jaar een besluit over een mega-investering in openbaar vervoer rond Amsterdam en Almere.’

Op de lange termijn schat Eurlings 4,5 miljard euro nodig te hebben om tussen 2012 en 2020 het overvolle spoor te ontlasten. De oppositie noemde zijn plan ‘een druppel op de gloeiende plaat’, omdat hij de komende vier jaar slechts 200 miljoen over zou hebben voor het spoor. ‘Ik zit nu al op 2,35 miljard euro en ik committeer me aan het bedrag van 4,5 miljard. Als ik het nu besluit, zullen die rails er straks liggen.’

Spijkerbroek en studententrui

Gaat hij zelf nog wel eens met de trein? ‘Af en toe heb ik de behoefte om even alleen te zijn. Als ik een keer vrij heb ’s avonds in het weekend, pak ik de trein naar Maastricht, gewoon spijkerbroek, studententrui aan. Geen auto en geen chauffeur die aan je vraagt: wanneer gaat u terug?’ Maar zo vaak komt het er niet van. ‘De eerste avond dat ik minister was, wilde mijn chauffeur mijn koffers vast naar mijn kamer brengen. Ik zeg: sorry Harry, maar dat heb ik vanmiddag al zelf gedaan. Hij kijkt me verbouwereerd aan en zegt: minister, ik heb het niet over uw kleren. Kwamen er twee grote jepperds van koffers met allemaal stukken. Ik zeg: het is nu half twaalf, ik moet morgen om half acht weer weg, wanneer moet ik dat doen? Tja, zegt hij, daar had je over na moeten denken voordat je minister werd. Ik kan vrij diep gaan, maar op een gegeven moment is de kaas echt op. Dus ’s avonds laat doe ik niets meer, maar ik sta ’s ochtends om zes uur op met een paar koppen koffie. Anders houd je het niet bij.’


Olijke tweeling maakt Utrechtse burgemeestersverkiezing tot een farce

27 september 2007

In Utrecht is de strijd om de ‘fopspeen-verkiezing’ losgebarsten. De SP noemt de Utrechtse burgemeestersverkiezing zo, omdat de twee PvdA-kandidaten te veel op elkaar lijken.

Bij elke Utrechter ligt inmiddels een oproepkaart en een flyer in de bus. Toegegeven, de aankondiging van het burgemeestersreferendum doet een tikkeltje denken aan de jeugdboekenserie De Olijke Tweeling. Glimlachend kijken Aleid Wolfsen en Ralph Pans recht de camera in. Beiden man, blank, van middelbare leeftijd, in donker pak, met roze overhemd en een streepjesdas. Allebei hebben ze nog melkboerenhondenhaar ook. Het beeld roept op tot een potje ‘Zoek de verschillen’. Zie hier: Pans heeft blauwe ogen en zijn oren flappen wat meer, Wolfsen heeft bruine ogen en een bril met onopvallend montuur.

Toch zijn het niet zozeer de uiterlijke gelijkenissen die de Utrechters deren. Ook ideologisch gezien liggen de voorkeuren van Tweede-Kamerlid Wolfsen (47) en voorzitter van de Vereniging Nederlandse Gemeenten Pans (55) hen te dicht bij elkaar. Beide heren zijn lid van de PvdA. Uit onderzoek van bureau Intomart Gfk dat Pans liet uitvoeren blijkt dat 68 procent van de Utrechters vindt dat de procedure moet worden opengebroken om kandidaten uit andere partijen mee te laten doen. Slechts één op de vijf Utrechters wil dat de procedure blijft zoals die is. Burgemeesterskandidaat Pans wil de stem van het volk volgen en oogst daarmee verbijstering in de gemeenteraad.

De raad houdt vanavond een spoeddebat over het referendum. Leefbaar Utrecht-voorzitter Vincent Oldenborg noemt het een ‘beschamende poppenkast’ en wil alle voorbereidingen staken en Pans’ tegenkandidaat Wolfsen aanwijzen als burgemeester, temeer omdat Pans in AD/Utrechts Nieuwsblad gezegd heeft het ‘niet zo heel erg’ te vinden als hij niet wint. Hij zou door partijbonzen naar voren zijn geschoven.

‘We leven nog, maar dat gedoe om die procedure leidt zo enorm af’, betreurt Wolfsen. ‘Ik kan niet goed begrijpen wat Pans op dit vlak motiveert. We hebben drie keer expliciet ‘ja’ gezegd tegen de procedure: twee keer tegen de vertrouwenscommissie en tegen de commissaris van de koningin. Ik denk dat de raad ook zal zeggen: een man een man, een woord een woord.’

Ondertussen zetten de PvdA’ers de campagnes onverminderd voort. Na een artikel in Dagblad De Pers van vrijdag waarin bewoners van een seniorenflat klaagden over de hekken bij hun complex, toog oud-rechter Wolfsen zaterdag naar de wijk Kanaleneiland. ‘Ik ben bij de voorzitter van de bewonersraad Wolffers thuis geweest. Ik heb vervolgens wethouder Marka Spit opgebeld en gevraagd of ze met mij mee wilde gaan.’ De hekken versperren niet alleen drie vluchtwegen, maar zorgen er ook voor dat de bewoners een eind moeten omlopen naar de bus, trams en het winkelcentrum. Geert Wilders, oud-bewoner van Kanaleneiland en fractievoorzitter van de Partij voor de Vrijheid, agendeerde de problemen door vorige week zijn bijdrage aan de algemene beschouwingen op te dragen aan de bewoners van dit complex. Op korte termijn moet een achteruitgang in de flat aan De Gasparilaan uitkomst bieden. ‘Als ik burgemeester van Utrecht word, is zo’n probleem binnen een dag opgelost’, belooft Wolfsen.

Woensdag 10 oktober mogen Utrechters stemmen. Als minder dan 30 procent hun stem uitbrengt, is het referendum ongeldig en kiest de gemeenteraad uit de kandidaten.


Spongebob veegt de vloer aan met China

4 juli 2007

Een Amsterdams filmpje met een Chinese variant van Spongebob staat op YouTube in de toptien van meestbesproken video’s aller tijden. De Chinese ambassade kan er geen moment om lachen.
http://www.youtube.com/watch?v=6HIavxnUHls

‘Zijn jullie er klaar voor kinderen?’, vraagt een tot piraat omgetoverde Mao, de Chinese oud-partijleider van de communisten. ‘Aye, aye, edelachtbare leider’, antwoorden de kinderen in koor. En dat is nog maar het begin van het Chinese avontuur van Spongebob.
De Chinees uitgedoste Spongebob moet zich van de regering drie slagen in de rondte werken. ‘Goedemorgen tanks, goedemorgen Chinese Muur, goedemorgen nog meer tanks’, groet Spongebob zijn omgeving op weg naar de fabriek. Als zijn vriendje, de roze zeester Patrick, weigert om naar zijn werk te gaan, valt Spongebob bijna van zijn stoel. ‘Waaaat? Een dag vrij? Stop met het maken van grappen voor iemand je ziet, gek!’

‘Spongebob Squarepants in China’ is met bijna drie miljoen views een ware hit op internet. Het filmpje van het Amsterdamse comedytheater Boom Chicago aan het Leidseplein staat op nummer negen in de meest bediscussieerde films en animaties aller tijden. Het al dan niet racistische of anti-Chinese karakter van de video houdt online de gemoederen bezig. Bijna tienduizend reacties.

Toen het tv-programma Spongebob Squarepants aan de Chinese televisie werd verkocht, terwijl Google op hetzelfde moment besloot dat de Chinese regering de Chinese versie van Google mocht censureren, was dit voor Boom Chicago aanleiding dit onderwerp aan te snijden. ‘Als comedytheater en videoproducent behandelt Boom Chicago onderwerpen op een manier die niet per definitie politiek correct is’, legt executive producer Andrew Moskos uit. ‘De video moet in eerste instantie grappig zijn, maar verwijst ook naar politiek gevoelige zaken, zoals de Chinese werkomstandigheden en censuur.’

De Chinese ambassade in Nederland kan er echter geen moment om lachen. Medewerker Wei Hu: ‘Natuurlijk zijn wij tegen deze beschrijving van China. Het is niet eerlijk en geeft een vertekend beeld.’ Hu gaat het onderwerp morgen
op de ambassade aan de kaak stellen. Kon hij er stiekempjes niet toch een beetje om lachen? Hu pareert de vraag bloedserieus: ‘De reactie van een individu is niet belangrijk. Als een filmpje jouw moeder belachelijk zou maken, kun jij daar dan om lachen?’ De Chinese ambassade zeker niet.


Campagne OV-chipkaart piekt te vroeg: Slechts 2 procent bussen, trams en treinen doet mee

14 februari 2007

‘Eén kaart voor tram, trein, bus en metro’, luidt de slogan voor de OVchipkaart. Uit een inventarisatie blijkt dat het systeem in de praktijk slechts in een miniem aantal trams, bussen en treinen aanwezig is. 

Vol enthousiasme gaf minister Peijs van Verkeer en Waterstaat op 1 februari het startsein voor een grote reclamecampagne die Nederland vertrouwd moet maken met het nieuwe betaalmiddel voor het openbaar vervoer. ‘Weg met al die losse kaartjes. Een hartelijk welkom voor de OVchipkaart’, zo luidde haar devies. De chipkaart moet vanaf 1 januari 2009 papieren treinkaartjes, abonnementen en strippenkaarten vervangen.

Uit een inventarisatie van deze krant blijkt dat in slechts twee procent van de Nederlandse bussen reizen met de OV-chipkaart mogelijk is. Als u de kaart in de bus wilt testen, dient u hiervoor af te reizen naar de bussen van Connexxion in de Hoeksche Waard. Op het traject Voorne- Putten, inclusief Ridderkerk en Barendrecht rijden vooralsnog de enige bussen in Nederland met het systeem.  ‘In totaal zijn er 160 bussen uitgerust met de OV-chipkaart’, vertelt woordvoerder Herman Opmeer van Connexxion. In Nederland rijden in totaal ruim zevenduizend bussen, de rekensom leert dat in slechts twee procent van de bussen geen strippenkaart meer nodig is.

Ook in de trein zijn nog nauwelijks OV-chipkaarten gesignaleerd. Alleen op het traject van de NS tussen Rotterdam Centraal en Hoek van Holland is het mogelijk om de chipkaart te gebruiken. De Nederlandse Spoorwegen verdienen op dit traject naar schatting één procent van de totale omzet.

De Nederlandse tram spant de kroon. Volgens de website www.ovchipkaart. nl valt er nog in geen enkele tram gebruik te maken van het nieuwe elektronische betaalmiddel. Woordvoerders van de Rotterdamse vervoerder RET, het Haagse HTM en Connexxion verklaren dat de chipkaart nog niet in gebruik is in de tram en de bus. In de praktijk is de chipkaart dus alleen breed ingevoerd in de metro. Eind 2005 is de OV-chipkaart geïntroduceerd in de Rotterdamse metro en sinds de zomer van 2006 in de Amsterdamse metro.

Is het niet wat vroeg om de Nederlandse burger ‘grootschalig te informeren’ over de komst van de kaart als slechts nul tot twee procent van de treinen, trams en bussen er gebruik van maakt? ‘In de loop van 2007 wordt het wél actueel om met name in de Randstad de chipkaart te gaan gebruiken, je bereidt de mensen voor’, verklaart een woordvoerder van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. ‘Als je de chipkaart in 2007 wilt uitrollen, moet je mensen ervan op de hoogte stellen.’ De woordvoerder van het ministerie zegt geen overzicht te hebben van de kosten van de reclamecampagne via radio, tv (via Postbus 51), advertenties in kranten en tijdschriften, internetadvertenties, folders en de website.

Hoewel de eerste studie naar de OV-chipkaart laat zien dat de kaart ingevoerd zou worden tussen 2004 en 2007, houdt het ministerie van Verkeer en Waterstaat vol dat het project niet vertraagd is. ‘Met deze inspanning moet het lukken om heel Nederland per 1 januari 2009 over te schakelen op de chipkaart. Daarvoor ben je nu op de goede weg.’ Volgens het rapport ‘De maatschappelijke kosten en baten van de invoering van de OV-chipkaart’, dat Peijs november 2003 naar de Kamer heeft gestuurd, kost het tegelijkertijd in de lucht houden van beide kaarten naar schatting vijftig miljoen euro per jaar. Deze kosten worden betaald door de consument, OV-bedrijven, het rijk en decentrale overheden.