Rijk telt slechts vier allochtone topambtenaren

10 december 2007

Slechts vier van de duizend hoogste rijksambtenaren zijn allochtoon. Het Rijk, dat diversiteit ‘hoog op de agenda’ heeft staan, scoort drie keer lager dan het landelijk gemiddelde.

De pogingen van het Rijk om meer allochtone topambtenaren aan te trekken, hebben gefaald, zo blijkt uit een inventarisatie van De Pers. Plechtig beloofde oud-minister van Binnenlandse Zaken Remkes in augustus 2006 ‘gericht actie’ te ondernemen. Maar van zijn plan om in 2007 tien extra allochtone managers aan te stellen, is niets terechtgekomen.

De vier personen aan de top die al in dienst waren, vertegenwoordigen slechts 0,4 procent. Van alle allochtonen in Nederland is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 1,2 procent werkzaam op een hogere managementfunctie, drie keer zoveel.Een directeur op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, één van de vier allochtone topambtenaren, zegt in een interview met deze krant, dat hij meermaals door collega’s bij het Rijk is gediscrimineerd. Raymond Kaitjily: ‘Ik heb meegemaakt dat een collega van mij zei: ‘Met jouw soort communiceer ik niet’.’ De huidige minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst geeft aan dat zij deze casus niet kent. ‘Maar als dat waar is, dan is het een extra reden om mensen met een kleurtje aan te nemen.’

De ambities van minister Ter Horst zijn nog veel hoger dan die van oud-minister Remkes. De PvdA-bewindsvrouw heeft zich tot taak gesteld om uiterlijk in 2011 vijftig mensen met een andere etniciteit aan te stellen op managementfuncties. Roel Bekker, de ambtenaar die de geplande bezuinigingen op de rijksdienst moet doorvoeren, betwijfelt of haar doelstelling haalbaar is. ‘We willen toe naar een kleinere rijksdienst, dus dat verkleint de marge.’ Minister Ter Horst beaamt dat er de komende vier jaar ieder jaar dik 3.000 ambtenaren uit moeten. ‘Maar de natuurlijke uitstroom is 7.000 per jaar. Dus komen er per jaar nog altijd 4.000 bij.’


Topambtenaar OCW: ‘We lopen een eeuw achter’

10 december 2007

Van de duizend hoogste rijksambtenaren zijn er slechts vier allochtoon. De Pers spreekt met ‘je weet wel, die Molukker van OCW’.

‘Programmadirecteur Dialoog, Sociale Cohesie en Integratie’ staat er als titel op zijn visitekaartje. Maar nu even niet. Wegens familieomstandigheden heeft de topambtenaar van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap namelijk een half jaar sabbatical. Raymond Kaitjily hoopt op 1 januari weer aan de slag te kunnen. Toch maakt hij tijd voor een gesprek over het minderhedenbeleid van de overheid. Als Molukker én als oud-directeur personeel en organisatie bij het ministerie van Onderwijs en het Kadaster, gaat het onderwerp hem aan het hart.

Het steekt hem dat onder het hoofdstuk diversiteit in de jaarverslagen over hoge ambtenaren niet één staatje is opgenomen over etnische minderheden. ‘Er staat wel in wat het percentage vrouwen is, maar júíst het staatje minderheden ontbreekt. Toch snap ik het wel, want nog geen half procent allochtonen aan de top is wel héél weinig voor de grootste werkgever van Nederland.’

Samen met de directeuren Marilyn Haimé (Justitie), Tjark Tjin-a-Tsoi (Nederlands Forensisch Instituut) en Wiana van den Ingh-Partakusuma (VROM) vormt hij het selecte groepje van vier allochtone ambtenaren dat er wél in slaagde bij de overheid de top te bereiken.

Duizendbanenplan

Kaitjily’s progressieve ouders verhuisden al in 1965 uit de Molukse wijk. Zijn ouders en grootvader kwamen in één keer naar Nederland. ‘Ik ben de eerste generatie die hier is geboren’, vertelt de nu 46-jarige Molukker. In 1990 kwam hij via het ‘Duizendbanenplan’ voor Molukkers bij de overheid terecht. Ironisch genoeg voldeed hij eigenlijk niet aan de eisen van het plan dat Molukkers aan een baan moest helpen, omdat hij té hoog was opgeleid. Na zijn doctoraal Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit volgde een postdoctorale opleiding bestuurskunde. Hij begon zijn loopbaan in het bankwezen.

Sinds begin 2005 is hij programmadirecteur Dialoog bij het ministerie van Onderwijs. Zijn directie coördineert het onderwijsbeleid op het gebied van veiligheid, radicalisering en extremisme. Het programma Dialoog is tijdens zijn sabbatical beëindigd. ‘In principe zou ik best bij de rijksdienst willen blijven’, licht Kaitjily toe. ‘Maar ik sluit ook niet uit dat ik de overheid ga verlaten. Allereerst zit ik er al zes jaar, op andere niveaus liggen voor mij ook uitdagingen en de markt trekt gewoon actiever aan je dan de Algemene Bestuursdienst.’

De ABD gaat over alle rijksambtenaren met een leidinggevende functie en eindverantwoordelijkheid over mensen en middelen. Zo benoemt de dienst de secretarissen-generaal, inspecteurs-generaal, directeuren-generaal en directeursfuncties. Kaitjily, die als HRM-directeur, met hetzelfde bijltje heeft gehakt, heeft de nodige kritiek op de dienst van minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken. ‘We zitten nog steeds in een fase waarbij we constant moeten aantonen wat de meerwaarde is van iemand van allochtone afkomst. Dat vind ik jammer. Het is nodeloze tijdverspilling. Het bedrijfsleven heeft met etnomarketing al een jaar of tien geleden uitgevonden dat inzicht in die groep tot betere marketing leidt.’

‘Het is een pijnlijke constatering, maar het bereik van de rijksoverheid ten opzichte van minderheden is bijna nul’, betoogt hij misnoegd. Op de vraag of hij zelf negatieve ervaringen heeft gehad vanwege zijn etniciteit, reageert Kaitjily terughoudend. ‘Voorbeelden zijn er, maar daarmee moet ik wel voorzichtig zijn. Ik heb meegemaakt dat een collega van mij zei: ‘Met jouw soort communiceer ik niet.’ Het woord soort spreekt boekdelen. Dat komt hard aan. Later bleek die man lijsttrekker van een niet nader te noemen partij. Ik heb hierover met een derde van gedachte gewisseld. Ik respecteer dat die man daar zo over denkt, maar ik ga daar geen energie in steken.’

Kaitjily heeft meer voorbeelden. ‘Samen met twee blonde collega’s had ik een afspraak met drie bewindslieden en een delegatie. De twee dames in kwestie hoefden zich niet te legitimeren en rara wie wel? Dat heb ik geweigerd, dan hadden ze dat ook aan de anderen moeten vragen of aan niemand. Ik heb gezegd: anders ga jij maar aan de bewindslieden uitleggen dat ik niet naar binnen mocht. De reactie was dat ze mijn naam niet goed konden spellen, maar daar hadden ze niet eens naar gevraagd. Aan mij hebben ze nooit gevraagd hoe het is om als allochtoon op te groeien binnen het rijk, met alle weerstanden van dien.’

Verkeerd beeld

Vraag is ook waarom allochtonen zelf weinig interesse tonen in het werk bij het rijk. Volgens de oud-directeur Personeel en Organisatie verschilt de motivatie per bevolkingsgroep. ‘Bij Turken is het ondernemerschap hot. Dat is veel hipper dan werken bij de rijksoverheid. Hoewel ze volgens mij wel heel goed aan de weg timmeren in gemeenteland.’ Vluchtelingen hebben volgens Kaitjily vaak een verkeerd beeld van wat de overheid is. ‘Als je uit een dictatoriale staat komt, kijk je daar natuurlijk heel anders tegenaan.’

Als het aan Kaitjily ligt, krijgt elk ministerie een taakstelling opgelegd. ‘Al is het maar één persoon per departement per jaar.’ De topambtenaar vindt dat de overheid onvoldoende inspeelt op de gevolgen van de vergrijzing. ‘Het is een strategisch weeffoutje van de ABD, want het vervangingsvraagstuk staat al voor de deur. Dat duurt nog maar een jaar of vijf. Volgens mij hebben de afgelopen jaren aangetoond dat het huidige beleid niet werkt. Er is volgens mij ook onvoldoende budget voor dit soort dingen. De overheid dreigt in de concurrentieslag met het bedrijfsleven de boot te missen. Als de krapte op de arbeidsmarkt zich aandient, dan vist de overheid achter het net. Ik vind het dapper dat minister Ter Horst dit op de agenda zet. Ik weet alleen niet of het ambtenarenapparaat het aan kan. Je had al een pooltje van mensen moeten hebben. Er is in Nederland nog nooit een allochtone directeur-generaal of secretaris-generaal geweest. Als we in dit tempo doorgaan, doen we er nog een eeuw over.’


Interview Maureen Sarucco, De fluisteraar van Job Cohen

5 december 2007

Maureen Sarucco is al 25 jaar hoofd veiligheid van Amsterdam. Toch geeft ze slechts zelden interviews. De Pers duikt met de Nederlandse Condoleezza Rice ‘de bunker’ in.

Achter een bomvrije deur in de kelder van het stadhuis is het crisiscentrum. ‘De bunker’, oppervlakte ongeveer 500 vierkante meter, ligt aan de westkant van de Stopera. Bij rampen en crises heeft Maureen Sarucco de leiding. ‘Ik ben technisch voorzitter van de rampenstaf’, zegt ze, wijzend naar het spreekgestoelte in het zenuwcentrum. ‘De burgemeester heeft daardoor zijn handen vrij om zich met de inhoud te bemoeien.’

Uiterst zelden spreekt de rechterhand van Job Cohen met de media. Geert Mak interviewde haar in 1995 en Het Parool in 2004. Maar als Sarucco verkozen zou worden tot Overheidsmanager van het Jaar 2007, kon ze er niet omheen. Voor één keer stemde ze in met een gesprek, áls ze tenminste zou winnen. Dat deed ze.

In ruim 25 jaar groeide de afdeling van vier tot zestig man en zag zij heel wat crises aan zich voorbijtrekken. De vergelijking met de Afro-Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice is gauw gemaakt. Zij was jarenlang veiligheidsadviseur van de Amerikaanse president. Het roept dubbele gevoelens op bij de op Curaçao geboren Sarucco, die Surinaamse ouders heeft. ‘Aan de ene kant vind ik het bijzonder complimenteus. Het is geweldig wat zij als zwarte vrouw heeft bereikt, maar ik heb niet dezelfde politieke voorkeur. Ik ben geen Bush-fan.’

Het leven in de luwte blijft voor haar een heel bewuste keuze. ‘Ik functioneer het best in de schaduw van de burgemeester. Hoe dichter je tegen een bestuurder aanzit, hoe terughoudender je moet zijn met publiciteit. Ik heb te veel mensen over hun ego zien struikelen. Mijn toegevoegde waarde uit zich niet publicitair, maar in wat ik in de oren van de burgemeester fluister.’

Ook na de moord op Theo van Gogh in 2002 – volgens haar ‘een vreselijke tijd’ – stond ze aan de zijde van PvdA-burgervader Job Cohen. ‘In die dagen heb ik wakker gelegen. Hoe houden we onze samenleving bijeen? Ons motto is binden en grenzen stellen, die twee kunnen niet zonder elkaar. Maar die manier van denken stond onder druk.’ Toch is ze trots op de manier waarop Amsterdam handelde na de moord op Van Gogh. ‘Het was moeilijk, want er is iemand doodgegaan, maar we hebben géén rellen gehad. Op zo’n moment houden we de vinger aan de pols van de samenleving. We willen precies weten wat op elke hoek van elke straat speelt. Loopt de spanning op? Moeten we interveniëren?’

Het zijn volgens haar bij uitstek momenten waarop ambtenaren de deur uit moeten. ‘Ook al zit je in schaal veertien, ga weg achter dat bureau. De straat op, naar scholen en jongerencentra. Met één druk op de knop kunnen we ambtenaren activeren. Als je ook maar even onrust ruikt, sturen we iemand om uit te leggen wat er aan de hand is.’

Job Cohen is volgens sommigen te soft. Maar Sarucco staat binnen de gemeente Amsterdam juist bekend om haar harde aanpak. Of dat botst? ‘Nee, oh nee, helemaal niet!’ roept ze luid. ‘Het gaat hartstikke goed met de veiligheid in Amsterdam. Alleen men wil dat niet zien. Ik vind echt dat de hoofdstad geen betere burgemeester kan hebben.’

Toch waren er recent rellen en autobranden in stadsdeel Slotervaart, nadat de politie een messenstekende Marokkaanse man had doodgeschoten. ‘Amsterdam West is een zorgenkind. Daar zijn urgente problemen.’ Sarucco pleit voor een bredere aanpak van de criminaliteit. ‘Een jongere oppakken en drie jaar opsluiten, daar win je niets mee. Ik hoef u niet uit te leggen hoe groot het risico is dat een jongen zonder uitzicht op werk ontspoort. Laten we in godsnaam iets doen aan onderwijsachterstanden.’

Hoewel veiligheid eigenlijk een politietaak is, ziet Sarucco ook een grote rol weggelegd voor Marokkaanse straatcoaches. ‘Zij spreken de taal van de straat, rijden rond op een fiets en spreken jongeren aan op hun gedrag. Wie ben je? Waarom doe je dat? Waar woon je? Binnen vierentwintig uur moeten zij bij het huis aankloppen en een gesprek met de ouders aangaan. We komen gezinnen binnen door gebruik te maken van de Marokkaanse gemeenschap zelf.’

De spanningen tussen autochtonen en allochtonen doen haar denken aan de tijd dat ze in dienst trad bij de gemeente. ‘Het roept bij mij een déjà-vu-gevoel op’, zegt zij verwijzend naar de frictie die er begin jaren tachtig in Amsterdam was met de Surinaamse bevolking. ‘Nu ligt het accent op de Turkse en Marokkaanse bevolking.’ De minderhedenproblematiek was voor Sarucco, die begin dit jaar zelf nog een maand in Suriname doorbracht, een van de redenen om bij de overheid te gaan werken. ‘Ik wilde bouwen aan de samenleving.’

Hoogte- en dieptepunt in haar carrière was de Bijlmerramp in 1992. Een dieptepunt omdat er 43 doden vielen en het vliegtuig niet alleen een gat boorde in de flat in de Amsterdamse Bijlmermeer, maar ook in de Surinaamse gemeenschap die daar volop vertegenwoordigd is. ‘De toenmalige directeur zat op dat moment in Amerika, dus ik moest hem plotseling vervangen’, vertelt ze. ‘Professioneel was het een hoogtepunt, omdat je op dat moment het beste uit jezelf moet halen. Als er crisis is, daalt mijn hartslag en word ik heel rustig van binnen. Ik denk dat dat een van de dingen is die maakt dat ik een goede crisismanager ben. Pas twee maanden na de Bijlmerramp kon ik een nacht niet slapen. In de bunker hadden we via camera’s dag en nacht zicht op wat er gebeurde. Je zag hoe lijken werden weggedragen. Al die beelden flitsten langs me heen. Ik ben opgestaan en gaan schrijven in mijn dagboek. Uren! Ik werd me daar pas van bewust toen mijn hand totaal verkrampt was. Ik was doodmoe, ben gaan slapen en de volgende dag was het goed. Ik heb het boek bij mijn rijtje dagboeken gezet en nooit meer gelezen wat ik heb geschreven.’

Met haar familie heeft ze een sterke band. ‘Ik kom uit een gezin waar je van kinds af wordt bijgebracht dat je familie belangrijk is.’ Ook haar 92-jarige moeder woonde de prijsuitreiking van de Overheidsmanager van het jaar bij. ‘Totdat ik vijftig was woonde ze bij mij’, vertelt Sarucco. ‘Ik kom niet uit een cultuur waar je je ouders in een bejaardenhuis zet.’

De 55-jarige Sarucco, jongste in een gezin van zes, is niet getrouwd en heeft geen kinderen. Is dat een consequentie van de vele uren die zij maakt? ‘Dat heeft er onherroepelijk mee te maken. Mijn functie is zó bevredigend, joh. Daar kan ik mijn creativiteit in kwijt. Je hebt maar zoveel passie, die zit in mijn werk.’


Interview minister Eurlings: De files oplossen is gratuite uitspraak

3 december 2007

De jongste telg van het kabinet moet Nederland genezen van het verkeersinfarct. De CDA-wonderboy over de kilometerheffing, het drukste spoornet ter wereld en het gebrek aan pils in de ministerraad.

Even voorbij een schaalmodel van de door astronaut Wubbo Ockels ontwikkelde superbus, zetelt de minister van Verkeer en Waterstaat. Na een aantal vrouwen van middelbare leeftijd, werd deze Limburgse dertiger gevraagd. Het kost hem ‘zeker tachtig uur’ per week. Maar het is een ‘prachtjob’, of zoals hij in zijn onvervalst Limburgs zegt: ‘Proagsjob’.

‘Wij hebben op momenten veel lol in de ministerraad’, benadrukt hij tegen de geruchten in. ‘Er moet gewerkt worden, maar er is een prima verstandhouding tussen de mensen aan tafel. Dat is nodig ook, je zit zoveel uur met elkaar in de Trêveszaal.’

Pils

De meeste grappen maakt hij met Ronald Plasterk van Onderwijs. ‘Op een gegeven moment werd het wat laat en zegt hij: Camiel, heb je ook zo’n zin in een pils? Ik zeg: je haalt me de woorden uit de mond. Maar dat schijnt niet te regelen te zijn. Wat dat betreft zullen we het niet van de Trêveszaal moeten hebben.’

Morgen treedt Eurlings aan om de begroting van zijn ministerie in de Tweede Kamer te behandelen. De invoering van de omstreden kilometerheffing staat centraal. Het kabinet wil in 2011 een kilometerheffing voor vrachtwagens invoeren. Een jaar later zijn personenauto’s aan de beurt. In 2016 moet het nieuwe systeem gaan gelden voor het hele Nederlandse wegennet. ‘Het landelijke systeem dat wij willen is uniek in de wereld. Als je veel rijdt, ga je meer betalen. Als je buiten de spits rijdt, ga je erop vooruit. Zit je continu in de spits, dan betaal je meer. Het heeft grote effecten op de files’, voorspelt Eurlings.

Een groot infrastructuur- én ICT-project ineen, wil hij daar zijn politieke lot wel aan verbinden? De anders zo spraakzame Eurlings valt even stil. ‘Ik wil erop afgerekend worden dat we het echt gaan doen. Maar ik heb de Kamer wel gezegd: onderschat de technische risico’s niet. Het is heel spannend.’

Kroonprins

Is het een slimme zet van het CDA om zijn enige kroonprins juist op het afbreukgevoelig Verkeer en Waterstaat te zetten? ‘Ik geloof niet dat dat een rol heeft gespeeld’, betoogt Eurlings. ‘Maar moet politiek carrièreplanning zijn? Ik kijk niet verder vooruit dan drie jaar. Dat is voor mij de manier om puur te blijven. Ik zet me af tegen politiek als carrièreplanning. Gekscherend voegt hij toe: als je koning wilt worden, laat je dan vooral geen kroonprins noemen.’

Oké dan, of hij het volgende rijtje even af wil maken. ‘Jongste raadslid, jongste Kamerlid, jongste minister, jongste…’ Eurlings lacht en er valt een stilte… ‘Jongste filebestrijder. Als ze mij zo over drie jaar zien, dan ben ik geslaagd. De files oplossen, dat zou echt een belachelijke en gratuite uitspraak zijn. Maar de gelatenheid dat wij er toch niets aan kunnen doen, daar leg ik me niet bij neer.’

Dat Eurlings bakens wil verzetten op het spoor, viel ook de ambtenaren van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid op. Zijn ambitie om jaarlijks vijf procent extra reizigers met de trein te laten gaan klinkt stellig. Maar zelfs zijn eigen ambtenaren betwijfelen of dat haalbaar is. Bladerend door zijn papieren benadrukt hij dat het wetenschappelijk instituut alleen de groei van het aantal reizigers wat minder hoog had ingeschat. ‘Natuurlijk hebben we daarover gesproken. Het KiM geeft aan dat het aantal treinreizigers niet groeit bij ongewijzigd beleid. Maar wij hebben juist gewijzigd beleid.’

Denkt Eurlings nou werkelijk dat hij met een ‘treintraining’ ouderen die al jaren gewend zijn aan autorijden, alsnog de trein in krijgt? ‘Het klinkt banaal, dat geef ik toe. Ik heb er zelf ook echt vraagtekens bij gezet, maar het is een manier waarop je de trein weer in beeld brengt. Voor veel ouderen is de trein nu een ver-van-mijn-bedshow.’

‘Maar vergeet niet, Nederland is het land met het drukst bereden spoornet van de hele wereld en we zitten in de top-3 qua punctualiteit, wereldwijd hè. Dat is gigantisch. De treinen zitten stampvol.’

Rek

En toch kunnen er volgens de CDA-bewindsman nog wel wat treinen bij. ‘We moeten kijken hoeveel rek er nog in zit. Maar kijk je over deze regeerperiode heen, dan zul je nu moeten besluiten mega-investeringen te doen. Tot nu toe was het beeld dat het spoor af is, maar dat is niet zo.’ Voor het eerst sinds jaren, benadrukt Eurlings, wil het kabinet investeren in de capaciteit van het spoor. ‘Anders loopt het helemaal-helemaal vast.’

Daarbij wil Eurlings afrekenen met het beeld dat NS en Prorail ‘oorlog op het spoor’ voeren en elkaar bij storingen de zwartepiet toeschuiven. ‘Het wordt één aanpak, dat is de enige manier waarop we resultaat kunnen behalen. De NS investeert gigantisch in nieuwe treinen. Nog voor het eind van het jaar komen er honderd nieuwe treinstellen bij. De Rotterdamse haven heeft mij al gezegd dat er dit jaar weer dertien procent meer containers komen, waarvan veel over het spoor gaan. Dat botst steeds meer met onze ambitie voor de groei van het personenvervoer. Wij nemen nog dit jaar een besluit over een mega-investering in openbaar vervoer rond Amsterdam en Almere.’

Op de lange termijn schat Eurlings 4,5 miljard euro nodig te hebben om tussen 2012 en 2020 het overvolle spoor te ontlasten. De oppositie noemde zijn plan ‘een druppel op de gloeiende plaat’, omdat hij de komende vier jaar slechts 200 miljoen over zou hebben voor het spoor. ‘Ik zit nu al op 2,35 miljard euro en ik committeer me aan het bedrag van 4,5 miljard. Als ik het nu besluit, zullen die rails er straks liggen.’

Spijkerbroek en studententrui

Gaat hij zelf nog wel eens met de trein? ‘Af en toe heb ik de behoefte om even alleen te zijn. Als ik een keer vrij heb ’s avonds in het weekend, pak ik de trein naar Maastricht, gewoon spijkerbroek, studententrui aan. Geen auto en geen chauffeur die aan je vraagt: wanneer gaat u terug?’ Maar zo vaak komt het er niet van. ‘De eerste avond dat ik minister was, wilde mijn chauffeur mijn koffers vast naar mijn kamer brengen. Ik zeg: sorry Harry, maar dat heb ik vanmiddag al zelf gedaan. Hij kijkt me verbouwereerd aan en zegt: minister, ik heb het niet over uw kleren. Kwamen er twee grote jepperds van koffers met allemaal stukken. Ik zeg: het is nu half twaalf, ik moet morgen om half acht weer weg, wanneer moet ik dat doen? Tja, zegt hij, daar had je over na moeten denken voordat je minister werd. Ik kan vrij diep gaan, maar op een gegeven moment is de kaas echt op. Dus ’s avonds laat doe ik niets meer, maar ik sta ’s ochtends om zes uur op met een paar koppen koffie. Anders houd je het niet bij.’


Nederland Pillenland

2 oktober 2007

Het medicijngebruik in Nederland is aan het exploderen. Artsen schrijven dit jaar waarschijnlijk 143 miljoen recepten uit. Dat is bijna tien per inwoner en 30 procent meer dan in 2001, zo blijkt uit onderzoek van De Pers.

De fikse stijging van het aantal recepten is extra verontrustend, omdat per recept ook steeds meer pillen over de toonbank gaan. In 2006 kregen patiënten gemiddeld voor 48 dagen medicijnen mee naar huis, in 1991 was dit nog tien dagen korter.

Steeds meer Nederlanders zijn verslaafd aan medicijnen. ‘Antidepressiva en kalmeringsmiddelen zitten heel erg in de lift, terwijl we weten dat je daar afhankelijk van kunt worden’, vertelt Erik van Rijn van Alkemade, plaatsvervangend directeur van het Nederlands Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik. ‘Het is de kunst om die pillen te gebruiken tot de depressie de kans heeft om te verdwijnen, maar het zijn, uitzonderingen daargelaten, geen middelen die je je hele leven hoeft te slikken. Veel Nederlanders doen dat wél.’

Het verslavende gebruik blijkt uit de groeiende hoeveelheid herhalingsrecepten. In bijna driekwart van de gevallen levert een apotheek een middel dat kort daarvoor ook al aan dezelfde patiënt is verstrekt. Jaarlijks schrijven artsen 96 miljoen herhalingsrecepten uit, ten opzichte van 34 miljoen eerste verstrekkingen. Bij cholesterolverlagers, bètablokkers, antidepressiva en slaapmiddelen is zelfs 91 procent een herhaling.

A pill for every ill lijkt steeds vaker het devies. Nederland telt zeker een half miljoen chronische pillenslikkers, waaronder 300.000 vrouwen. Stoppen met verslavende middelen blijkt voor velen van hen een onmogelijke opgave. Vooral antidepressiva, ontstekingsremmers, slaap- en kalmeringsmiddelen zijn bij vrouwen extra in trek. Apotheken leverden 81 miljoen keer aan een vrouw, tegen 56 miljoen keer aan een man. Omdat anticonceptie sinds januari 2004 voor vrouwen van 21 jaar en ouder niet meer standaard vergoed wordt, is het ‘pil-effect’ in deze cijfers te verwaarlozen. Dat dames ouder worden, speelt wel een rol.

Topper is het middel metoprolol tegen een te hoge bloeddruk. Deze bètablokker ging maar liefst 3,4 miljoen keer over de toonbank. Op twee staat het kalmeringsmiddel oxazepam dat 2,9 miljoen keer werd afgehaald. Geneesmiddelen zijn de snelst groeiende kostenpost in de gezondheidszorg. Totale kosten: 4,3 miljard euro, waarvan zeker dik honderd miljoen wordt verspild aan medicijnen die ongebruikt teruggaan naar de apotheek of in het riool verdwijnen. Het bewijs dat patiënten steeds vaker grijpen naar een potje pillen wordt gestaafd door de verkoop van medicatie die zonder recept verkrijgbaar is. De verkoop van zelfzorggeneesmiddelen is de afgelopen tien jaar met 70 procent gestegen.

Het Nederlands Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik vindt dat Nederlanders te gretig grijpen naar geneesmiddelen. Van Rijn van Alkemade: ‘Het is toch gif. De kans op bijwerkingen is altijd aanwezig en de effecten op lange termijn zijn ook lang niet altijd bekend.’

Lees ook de tien oorzaken van het gestegen medicijngebruik


Tien oorzaken voor de pillengekte

2 oktober 2007

Nederlandse artsen schrijven dit jaar waarschijnlijk 33 miljoen meer recepten uit dan in 2001. Tien oorzaken voor deze pillengekte.

1 Gemakzucht

Twintig kilo afvallen of een pilletje tegen een te hoge cholesterolwaarde? Een gemakzuchtige keus is gauw gemaakt. ‘Mensen denken als ik een pilletje neem, dan gaat het wel goed’, betreurt Erik van Rijn van Alkemade van het Nederlands Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik. ‘Het zou veel beter zijn als mensen op hun leven passen: minder drinken en meer sporten. Als je wel medicijnen slikt, terwijl je niets doet aan je voedingsgedrag, dan hebben de pillen veel minder zin. Alleen, hoe zorgen wij ervoor dat mensen zich daar aan houden?’

Liset van Dijk, programmaleider farmaceutische zorg bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nivel), valt hem bij. ‘Een deel van de mensen is wellicht geholpen met afvallen. Lukt dat niet, dan is de keus aan de arts. Doe ik niets meer, of geef ik toch een geneesmiddel?’

2 Vaker verslaafd

Steeds meer Nederlanders – en ouderen in het bijzonder – kunnen niet zonder hun dagelijkse portie pillen. ‘Antidepressiva en kalmeringsmiddelen zitten heel erg in de lift, terwijl we weten dat je daar afhankelijk van kunt worden’, vertelt Van Rijn van Alkemade.

Het verslavende gebruik blijkt uit de groeiende hoeveelheid herhalingsrecepten en de stijgende voorschrijfduur van recepten. Vorig jaar was die 48 dagen, terwijl in 1991 slechts een gemiddelde voorraad van 38 dagen aan de patiënt werd meegegeven.

3 Steeds meer superdure geneesmiddelen

Het aantal superdure geneesmiddelen – kosten meer dan 500 euro per recept – stijgt explosief. In 2006 namen de kosten hiervan toe met 91 miljoen tot 573 miljoen euro, in 2002 was dit nog niet de helft. Op de lijst staan vooral medicijnen tegen kanker en reuma, maar ook immunoglobuline, botuline-toxine voor spastische kinderen. In 2006 kostte een middel gemiddeld 26,02 euro per voorschrift, tien jaar geleden was dit nog 18,71 euro. Medicijnen die (nog geen) drie jaar op de markt zijn, leggen een sterke claim op het toch al krappe zorgbudget. De kostprijs van middelen die sinds 2002 zijn geïntroduceerd, is met 76 euro per voorschrift drie keer zo hoog als gemiddeld.

4 Veranderende inzichten

Een deel van de stijging is volgens Van Rijn van Alkemade toe te schrijven aan ‘veranderende inzichten’. ‘We gebruiken in Nederland heel veel pijnstillers als ibuprofen en diclofenac. Het is bekend dat die medicijnen de maagwand kunnen beschadigen. Men gaat er steeds eerder toe over om naast deze pijnstillers standaard ook maagbeschermers te geven. Doordat we meer medicijnen gebruiken, voorkomen we ziekenhuisopnamen. Als je dat niet zou doen is de kans dat mensen een maagperforatie krijgen groter. Dat kost natuurlijk veel meer. Per saldo is meer medicijnen gebruiken dan toch goedkoper. Ander voorbeeld zijn de cholesterolverlagende statines. Nieuwe inzichten leren dat je daarmee hart- en vaatziekten kunt voorkomen.’

5 Minder lang in het ziekenhuis

Doordat Nederlandse patiënten steeds minder lang in het ziekenhuis liggen en eerder naar huis mogen, stijgt het medicijngebruik thuis. Besparingen en bezuinigingen op de ziekenhuiszorg leiden jaarlijks tot naar schatting 3 procent meer medicijnkosten.

Omdat de middelen die toegediend worden in het ziekenhuis niet in het particuliere medicijngebruik worden meegenomen, geeft dit een vertekend beeld. ‘Geneesmiddelen die verstrekt worden in het ziekenhuis worden nog niet landelijk ge-registreerd’, verklaart Liset van Dijk van Nivel. ‘De Stichting Farmaceutische Kengetallen is daar wel mee bezig.’

6 Groei van de bevolking

In 2001 bleef het Nederlandse inwonertal nog steken op krap zestien miljoen, inmiddels telt Nederland bijna 400.000 inwoners meer. Maar de bevolkingsstijging van nog geen 2,5 procent is duidelijk niet de hoofdoorzaak voor onze gulzige medicijnconsumptie.

7 Vergrijzing

De stijging van het geneesmiddelengebruik is vooral toe te schrijven aan de samenstelling van de bevolking. Van de dik 4,3 miljard euro die in 2006 is besteed aan geneesmiddelen is 40 procent (1,7 miljard) terug te voeren op personen van 65 jaar en ouder. ‘De levensverwachting stijgt en de groep ouderen wordt steeds groter’, aldus Van Dijk. ‘Zij gebruiken vooral hart- en vaatmedicatie.’

65-plussers gebruiken bijna drie keer zoveel geneesmiddelen als de gemiddelde Nederlander; 75-plussers zelfs vier keer zoveel. Met ruim 1,9 miljoen voorschriften was metoprolol tegen hoge bloeddruk en hartkrampen in 2006 het meest gebruikte geneesmiddel door ouderen. Op de tweede plaats staat de bloedplaatjesremmer acetylsalicylzuur (bijna 1,9 miljoen voorschriften), gevolgd door het slaapmiddel temazepam (ruim 1,4 miljoen).

8 Meer middelen in het pakket

Toelating van meer medicijnen tot het wettelijk verzekerde pakket, leidt ook tot een stijging van de kostenpost medicijnen. Zo besloot Balkenende IV op Prinsjesdag nog dat ouderen al vanaf hun zestigste – vijf jaar eerder dan gebruikelijk – een griepprik krijgen. Kosten 10 miljoen euro.

9 Nieuwe medicijnen

Waar drukke kinderen vroeger slechts als wildebrassen werden bestempeld, zonder dat er enig pilletje aan te pas kwam, krijgen zij nu al gauw het stempel ADHD. In 2006 namen de uitgaven aan middelen tegen ADHD toe met 7 miljoen euro.

10 Verspilling

Cijfers wijzen uit dat dik 3 procent van de voorgeschreven medicijnen simpelweg in de prullenbak verdwijnt. Van Rijn van Alkemade: ‘Soms komen mensen medicijnen niet eens ophalen bij de apotheek, zetten ze de pillen ongebruikt in hun medicijnkastje of maken ze de kuur niet af. Medicijnen komen dan in de vuilnisbak of men brengt het keurig terug naar de apotheek.’ De waarde van teruggebrachte geneesmiddelen is ruim honderd miljoen euro. Nederlandse artsen schrijven dit jaar waarschijnlijk 33 miljoen meer recepten uit dan in 2001. Tien oorzaken voor deze pillengekte.Gulzig grijpen naar medicijnenToenemend gebruik geneesmiddelen 65-plussers gebruiken bijna drie keer meer middelen dan de gemiddelde Nederlander

De kosten

Geneesmiddelen zijn goed voor 10 procent van het totale zorgbudget van 44 miljard euro. Via apotheken is er in 2006 ruim 4,3 miljard besteed aan middelen die binnen de verzekering vallen. De medicijnen tegen hoge bloeddruk en hartfalen namen het sterkst toe. Verder gebruikten Nederlanders meer middelen tegen een hoog cholesterol, reuma, diabetes, ADHD en maagklachten. Schadelijke bijwerkingen kosten de samenleving jaarlijks miljarden euro’s.

De toekomst

De Stichting Farmaceutische Kengetallen verwacht dat de totale uitgaven komend jaar stijgen met ruim driehonderd miljoen tot 4,6 miljard euro. Dit is ruim twee miljard meer dan in 1998. Door de vergrijzing zal het medicijngebruik in Nederland de komende 15 jaar stijgen met 13 procent. Als de bevolkingsgroei ook wordt meegerekend, zal het zelfs met eenvijfde toenemen.

De rest van Europa

Vooral Zuid-Europa staat erom bekend te graaien in het medicijnkastje. Ook onze buurlanden geven meer uit aan pillen. Belgen slikken 363 euro per persoon, Duitsers 424 en Fransen 501. Denen zijn hekkensluiter met 237 euro. De uitgaven in ons land zijn een kwart hoger, 299 euro.

De bronnen

Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK), Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nivel), Nederlands Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik, FTTO Gelderse Vallei en SIR Institute for Pharmacy Practice and Policy.


Niets slikken betekent vreselijke pijnen

2 oktober 2007

Een van de Nederlanders die flink bijdraagt aan het medicijngebruik is Joke de Vries (66) uit Bergschenhoek. Een toren medicijnen is het gevolg van reumatoïde artritis, waar gemiddeld 1 op de 100 mensen aan lijdt. Al vijftig jaar heeft zij last van deze chronische vorm van gewrichtsreuma. Wekelijks slikt zij zes verschillende medicijnen. ‘Al bijna tien jaar gebruik ik methotrexaat. Een aardig zwaar middel dat het auto-immuunsysteem een beetje platlegt.’ Verder iets tegen botontkalking, een kalkpreparaat met vitamine D en een pil tegen de bijverschijnselen van de andere pillen. Dagelijks neemt ze ontstekingsremmende pijnstillers en maagbeschermers. ‘Als ik erg veel pijn heb, mag ik extra paracetamol innemen. Soms neem ik er drie of vier per dag. Maar ik blijf een bewuste patiënt.’

 

‘Natuurlijk wil ik liever geen medicijnen, maar als ik niets slik, krijg ik hele erge pijnen en gaan mijn vergroeiingen verder.’ Aan nieuwe, dure
medicijnen van meer dan 500 euro per recept waagt zij zich nog niet. ‘Dure medicijnen moet je bij jezelf injecteren of krijg je per infuus in het
ziekenhuis. Voor veel mensen met reuma, die vergroeide handen hebben zoals ik, betekent dit dat je bent aangewezen op verpleegkundigen of
mensen in je omgeving. Veel mensen realiseren zich dat niet. Als iedereen dure middelen neemt, zou dat niet te betalen zijn. Voor mensen bij wie de oude middelen niet werken, vind ik dat wél prima. Mijn motto is goedkoop als het kan, duur als het moet.’

 

De Vries, tevens voorzitter van de Rotterdamse Reumapatiëntenvereniging en lid van de werkgroep Medicijnbeleid van de Chronisch Zieken
en Gehandicaptenraad, vindt dat specialisten meer tijd moeten maken om de voors en tegens van medicijnen met hun patiënten te bespreken.
‘Als de groenteman mij schorseneer heeft zonder dat hij erbij zegt hoe je het klaar moet maken, is het niet te eten. Maar als je weet hoe dat moet, is het een delicatesse. Met medicijnen werkt het net zo.’


Olijke tweeling maakt Utrechtse burgemeestersverkiezing tot een farce

27 september 2007

In Utrecht is de strijd om de ‘fopspeen-verkiezing’ losgebarsten. De SP noemt de Utrechtse burgemeestersverkiezing zo, omdat de twee PvdA-kandidaten te veel op elkaar lijken.

Bij elke Utrechter ligt inmiddels een oproepkaart en een flyer in de bus. Toegegeven, de aankondiging van het burgemeestersreferendum doet een tikkeltje denken aan de jeugdboekenserie De Olijke Tweeling. Glimlachend kijken Aleid Wolfsen en Ralph Pans recht de camera in. Beiden man, blank, van middelbare leeftijd, in donker pak, met roze overhemd en een streepjesdas. Allebei hebben ze nog melkboerenhondenhaar ook. Het beeld roept op tot een potje ‘Zoek de verschillen’. Zie hier: Pans heeft blauwe ogen en zijn oren flappen wat meer, Wolfsen heeft bruine ogen en een bril met onopvallend montuur.

Toch zijn het niet zozeer de uiterlijke gelijkenissen die de Utrechters deren. Ook ideologisch gezien liggen de voorkeuren van Tweede-Kamerlid Wolfsen (47) en voorzitter van de Vereniging Nederlandse Gemeenten Pans (55) hen te dicht bij elkaar. Beide heren zijn lid van de PvdA. Uit onderzoek van bureau Intomart Gfk dat Pans liet uitvoeren blijkt dat 68 procent van de Utrechters vindt dat de procedure moet worden opengebroken om kandidaten uit andere partijen mee te laten doen. Slechts één op de vijf Utrechters wil dat de procedure blijft zoals die is. Burgemeesterskandidaat Pans wil de stem van het volk volgen en oogst daarmee verbijstering in de gemeenteraad.

De raad houdt vanavond een spoeddebat over het referendum. Leefbaar Utrecht-voorzitter Vincent Oldenborg noemt het een ‘beschamende poppenkast’ en wil alle voorbereidingen staken en Pans’ tegenkandidaat Wolfsen aanwijzen als burgemeester, temeer omdat Pans in AD/Utrechts Nieuwsblad gezegd heeft het ‘niet zo heel erg’ te vinden als hij niet wint. Hij zou door partijbonzen naar voren zijn geschoven.

‘We leven nog, maar dat gedoe om die procedure leidt zo enorm af’, betreurt Wolfsen. ‘Ik kan niet goed begrijpen wat Pans op dit vlak motiveert. We hebben drie keer expliciet ‘ja’ gezegd tegen de procedure: twee keer tegen de vertrouwenscommissie en tegen de commissaris van de koningin. Ik denk dat de raad ook zal zeggen: een man een man, een woord een woord.’

Ondertussen zetten de PvdA’ers de campagnes onverminderd voort. Na een artikel in Dagblad De Pers van vrijdag waarin bewoners van een seniorenflat klaagden over de hekken bij hun complex, toog oud-rechter Wolfsen zaterdag naar de wijk Kanaleneiland. ‘Ik ben bij de voorzitter van de bewonersraad Wolffers thuis geweest. Ik heb vervolgens wethouder Marka Spit opgebeld en gevraagd of ze met mij mee wilde gaan.’ De hekken versperren niet alleen drie vluchtwegen, maar zorgen er ook voor dat de bewoners een eind moeten omlopen naar de bus, trams en het winkelcentrum. Geert Wilders, oud-bewoner van Kanaleneiland en fractievoorzitter van de Partij voor de Vrijheid, agendeerde de problemen door vorige week zijn bijdrage aan de algemene beschouwingen op te dragen aan de bewoners van dit complex. Op korte termijn moet een achteruitgang in de flat aan De Gasparilaan uitkomst bieden. ‘Als ik burgemeester van Utrecht word, is zo’n probleem binnen een dag opgelost’, belooft Wolfsen.

Woensdag 10 oktober mogen Utrechters stemmen. Als minder dan 30 procent hun stem uitbrengt, is het referendum ongeldig en kiest de gemeenteraad uit de kandidaten.


Eyecatcher Fatima Moreira de Melo waakt als hoeder over team

22 augustus 2007

In gesprek met eyecatcher Fatima Moreira de Melo. Hoe de Nederlandse tophockeyster haar team mentaal én commercieel op sleeptouw neemt.

Een serene rust hangt er in het Marriott Hotel, even buiten het centrum van Manchester. Fatima Moreira de Melo zit relaxt onderuit gezakt in een grote fauteuil. Een lichtgrijze trui en een wijde donkergrijze slobberbroek. Handen in de zakken.

Heel wat anders dan het sexy truitje met ontblote schouder voorop Veronica Magazine en de witte bikini die ze draagt op de cover van Panorama. Woest zou ze zijn, omdat ze niets afwist van de publicatie van het mannenblad, die een twee jaar oude foto van het tijdschrift FHM gebruikte.

‘Maar daar lig ik ’s nachts echt niet van te woelen’, zegt ze. ‘Het gaat meer om het principe.’ Ongevraagd sierde de hockeyster in één week de covers van een miljoen Veronica Magazines, 100.000 Panorama’s en bijna 400.000 VARA TV-gidsen, waar ze overigens wél met plezier aan meewerkte.

Over twee maanden is het precies tien jaar geleden dat ze debuteerde in Oranje. Sindsdien heeft de dochter van een in Nederland woonachtige Portugese diplomaat zich ontwikkeld tot hét gezicht van het Nederlandse tophockey. De nummer vier is ook nog te zien in de spotjes van de Rabobank, waarin ze de rol van boerenkoolverschijning Jochem de Bruin met een ander kaliber vertolkt.

Moreira de Melo is baanbrekend voor de commercialisering van het hockey. Ze verzekert onervaren hockeysters dat er niets mis is met het maken van een financiële klapper. Zo maakte ze de 19-jarige Carlijn Welten wegwijs in de wereld van de onderhandelingen en mailde ze haar een waslijst vol bonussen en premies. Fatima stimuleert de jonge garde.

Voelt ze die rol ook zo? ‘Ik doe natuurlijk vaker fotoshoots en onderhandelingen dan anderen, dus komen ze met vragen naar mij. Maar laten we reëel blijven. Hockey is nog steeds hockey. We zitten in het Nederlands elftal voor de eer en de kick van een toernooi. Rusten, eten, slapen, trainen en wedstrijden spelen. Dat is echt alles.’

Ook op de rel die de advocaat Diederik Donk vlak voor het EK veroorzaakte over imago- en portretrechten van hockeyers, wil ze nu niet ingaan. ‘We zijn al heel lang in gesprek met de bond, maar dat is nu niet relevant. We gaan nu lekker hockeyen.’

Ze is blij dat de eerste wedstrijden erop zitten. ‘Op een gegeven moment word je echt helemaal kriegel van het wachten. Eindelijk mag het elastiekje los.’ Na de 6-0 overwinning op Ierland roept ze haar teamgenoten bijeen. ‘Zijn we allemaal hersteld? Dan nemen we nog even een kwarkje en dan: adios.’


Paspoortschandaal: Vijf Azerbeidzjaanse prinsjes op het witte paard

21 augustus 2007

Woedend zijn Spanje en Duitsland over de selectie van Azerbeidzjan. Dat team telt maar liefst zes volbloed Zuid-Koreaanse dames. Vijf van hen zijn pas getrouwd en in het bezit van opeenvolgende paspoortnummers.

De kans dat vijf Zuid-Koreaanse dames precies tegelijk hun Azerbeidzjaanse prins op het witte paard hebben gevonden is nihil. Wonderlijk genoeg stapte het vijftal wel tegelijkertijd in het huwelijksbootje in het Kaukasische oliestaatje op de grens van Azië en Oost-Europa. Even zo snel haastten ze zich daar naar de burgerlijke stand voor paspoorten met achtereenvolgende nummers.
De Britse hockeypers spreekt schande van de poging van Azerbeidzjan om het team te versterken met spelers uit het traditioneel sterke hockeyland Zuid-Korea. Ook de Britse bondscoach Danny Kerry is ‘not amused’: ‘Als je geen normen en waarden hebt, kun je net zo goed naar huis gaan.’ De coach van Azerbeidzjan Tahir Zaman wil in Manchester niets horen over zijn Zuid-Koreaanse versterkingen. ‘Dat is een privé-kwestie, waar niemand iets mee te maken heeft.’
Leandro Negre, president van de Europese Hockey Federatie verklaart dat de toelatingsvoorwaarden zijn gecontroleerd door de Internationale Hockey Federatie (FIH) en dat ze voldoen aan de regels van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Negre: ‘Het moet niet zo zijn dat je je nationaliteit kunt veranderen om voor een land uit te komen. In sommige landen kan dat heel makkelijk, vooral als er geld aan te pas komt.’
De oliestaat die voor een deel in Europa ligt, investeert grote sommen geld in het Azerbeidzjaanse hockey. In mei was het gastland van het Europacup I toernooi (waar Den Bosch Europees kampioen werd) en in april vindt in de hoofdstad Baku een van de kwalificatietoernooien voor de Olympische Spelen plaats. In eerste instantie kregen de vijf speelsters geen visa voor Engeland. Mede op aandringen van uitgerekend de Engelse hockeybond, bij de ambassade in Baku en de ministeries van Buitenlandse Zaken en Sport werden die uiteindelijk wel verstrekt.
Saillant detail: een Azerbeidzjaans bedrijf, genaamd Ata Holding, tekende onlangs een voor de Internationale Hockey Federatie lucratief vierjarig contract. Het beursgenoteerde consultancybedrijf dat doet in financiën, toerisme, telecom en verzekeringen is hoofdsponsor van het sterkste team uit Azerbeidzjan (Ata Sports in Baku). In de openingswedstrijd verloor het team met de vijf recentelijk genaturaliseerde speelsters nog met 7-1 af tegen de Duitsers. Maar gisteren slaagde het voormalige Sovjet-staatje er wel in tegen Spanje met 2-2 gelijk te spelen. Daarmee maken de Azerbeidzjanen nog steeds kans op een ticket voor de Spelen.